Last but not least: Colombia! (part 1)

4 tot 13 maart 2017

We rijden Colombia binnen via de grensovergang nabij de stad Ipiales. De douanebeambte die onze auto inschrijft is ‘a nice bloke’, hij geeft ons al meteen een warm gevoel over het Colombiaanse volk. Hij is erg sympathiek en leert ons al de voornaamste uitdrukking van het land ‘Que Chevere’ (zoveel als onze ‘kei leuk’). Hij laat ons ook weten dat nabij de grenspost de kerk van Las Lajas ligt, Unesco werelderfgoed. Het blijkt een bedevaartsoord opgezet in een vallei nadat ook hier de Heilige Maria verschenen zou zijn. De Zuid-Amerikaanse Lourdes, dus. Net zoals in Lourdes wordt de plek erg toeristisch uitgebaat, met verklede lama’s als fotomateriaal en cavia’s aan ‘t spit als perfecte lunchvoer… We worden aangesproken door een familie die in Pasto woont. We doen een hele babbel en zij raden ons aan om naar Laguna de Cocha te gaan, een groot meer nabij hun stad. Ook dat stond niet op ons initieel programma, maar we laten ons graag leiden door de tips van de locals.

IOverlander brengt ons naar een zeer bijzondere plek: bij Jorge. Jorge is een Colombiaan, oorspronkelijk van Medellín, heeft jaren in Duitsland gewoond, heeft ook al best wat van de wereld doorkruist met zijn moto en heeft zich nu – samen me zijn 2 honden – teruggetrokken in een schitterend huis met prachtige tuin dat het meer overschouwt. We worden er heel hartelijk ontvangen en volgens het principe ‘mi casa es su casa’ verblijven we 2 nachten bij hem. Hij heeft zijn kost voorheen verdiend als ingenieur en geniet nu op deze plek van de rust, de kalmte, de natuur en van wat de dag hem brengt. ’s Morgens verleidt hij de kinderen met zijn heerlijke ‘pancake-breakfast’, ’s avonds schuift hij met ons mee aan tafel. Overdag trakteert hij ons met een uitstap op het meer in zijn bootje en we varen naar een ongerept natuurgebied waar hij ons na een wandeling van 2 uur hectaaaaaren aan jungle laat bewonderen waar nog nooit een mens voet heeft gezet (afin, zo beweert hij ;-)). Hij vertelt gepassioneerd over zijn leven hier en de natuur die hem nog elke dag raakt. We hebben een heel gezellige tijd met hem en hij heeft zichtbaar ook genoten van onze passage bij hem. Als we terug onze Def instappen en de rest van zijn mooie land willen gaan ontdekken, neemt hij in tranen afscheid van ons allemaal.

Onze volgende bestemming is San Agustín, slechts een 300-tal kilometer van bij Jorge, maar we rijden er wel een hele dag over. De reden is de vreselijke weg tussen Pasto en Mocoa. Je kan dit gerust de ‘camino de la muerte’ (dodenweg) noemen van Colombia. De weg gaat doorheen berg en dal, in erg mistige omstandigheden, stenen en putten die de weg niet vergemakkelijken en daarenboven is dit de enige weg die Pasto en Mocoa verbindt met als gevolg dat we hier veel camions, bussen, moto’tjes en andere auto’s moeten kruisen op de smalle weg met diepe afgronden naast ons. Het is geconcentreerd rijden, maar uiteraard komen we er heelhuids door…

Het is al laat als we in Casa de Nelly toekomen. Dit is het hostel dat we gekozen hebben owv de lovende commentaren van medereizigers die hier voor ons kwamen. Even leek het dat er geen plaats meer voor ons was, maar hebben geluk want er is nog een laatste cabaña achterin de mooie grote tuin van het hostel. De sfeer in dit hostel is grandioos, de scenery evenzeer en het originele schaakbord wordt de favoriete plaats van de kinderen.

We gaan hier op bezoek in het Nationaal Park waar – beetje naar analogie van de Paaseilanden – stenen beeldhouwwerken zijn gevonden, maar waar wetenschappers het raden hebben naar de functie van deze beelden.  Onze terugkeer naar het hostel doen we… te paard!

Via de Desierto de Tatacoa rijden we in 2 dagen naar Medellín. In de woestijn is het broeierig warm, maar… niet droog. Net op het moment dat we onze tent willen opzetten start een gigantische drashbui met als gevolg dat het zoeken wordt om onze tent op te zetten in een niet al te modderige stuk. Het is hier veeeeel te warm naar onze goesting, dus houden het er na 1 nacht al voor bekeken.

Maar onderweg naar Salento,  in Chicoral, moeten we plots op de kant gaan staan vermits we een raar geluid horen aan de auto. Jan krikt het rechtervoorwiel naar omhoog en constateert dat de remschijf los zit: een bout gevallen/losgetrild?!  Op zich geen onoverkomelijk probleem, maar zo’n bout hebben we momenteel niet in spare. Dus misbruiken we de nieuwsgierige Colombianen die zich met hun brommertjes rondom ons verzamelen om te staren. Jan mag mee achterop bij Nelson om de plaatselijke ‘ferreteria’s’ af te gaan. Niemand kan ons helpen, tot er plots een man opduikt die Jan meeneemt naar zijn atelier en er een bout uit tovert die ons wel eens zou kunnen helpen. Na wat aanpassingswerk doet de bout perfect wat hij moet doen: de remschijf weer mooi vast op zijn plaats houden. Nelson nodigt ons uit op zijn finca. We hebben geen idee wat te verwachten, maar als we 10 minuten later zijn domein oprijden, blijkt het een gigantische mangoboerderij te zijn. Er staan kolossen van bomen en Jan kruipt op aandringen van Nelson de boom in om de dikste mango’s eruit te plukken. We eten er heeeeerlijk verse mango’s, die nog niet helemaal rijp zijn maar die hier blijkbaar gedegousteerd worden met zout…

ScreenHunter_027

In Salento mogen we onze tent opzetten in Hostel La Serrana, net buiten het dorp. Het is duidelijk een IOverlander-spot want er staan ook heel wat campers. Zo ontmoeten we Jan en Margriet, een Nederlands koppel die sinds hun pensioen al aardig wat tijd in de wereld hebben doorgebracht. Ze hebben een mooie website met een prachtige verklaring voor de term “overlanden’. www.deeindervoorbij.nl

Salento is bekend als koffiestreek en voor de prachtige wandelingen die je er kan maken, meestal te paard. We laten ons dus verleiden door een dagactiviteit waarbij we beiden kunnen combineren. We rijden te paard naar een koffie finca, krijgen er een rondleiding en gaan nadien door naar de waterval van Santa Clara. Het zou er fijn zwemmen zijn aan die waterval, maar helaas valt het weer erg tegen. Tijdens de terugtocht te paard, begint het te regenen. Gelukkig heeft Omar, onze paardenchaperon, poncho’s voor ons meegebracht, maar desalniettemin zijn we nat tot op onze onderbroek als we terug aankomen aan de tent…

Op zondag 12 maart wordt het een hoogdag voor de kinderen! In Colombia is er een groot themapark gebouwd rond koffie, maar naast een koffietour en koffiemuseum, zijn er ook tientallen attracties. De koffietour laten we links liggen, we weten tenslotte sinds gisteren al hoe koffie gemaakt wordt . Al onze aandacht gaat naar de al dan niet bloedstollende attracties. Lucas is eerst niet zo happig om de rollercoaster in te gaan, maar laat zich telkens overtuigen, zelfs bij  ‘de Krater. Dit is echt wel 1 van de engste attracties ooit gedaan (zie foto). Tegen het einde van de dag had hij er zodanig plezier in dat we meermaals achter elkaar de attracties ingaan. Want desondanks dat het zondag is, is er niet erg veel volk in het park.

Voor we Salento verlaten, gaan we nog naar de Valle de Cocora. De metershoge palmbomen die in deze vallei verspreid staan geven een uniek beeld aan deze vallei. We doen een toffe wandeling en schieten tientallen foto’s van deze prachtige en bijzondere plaats. Que chevere!

 

Du 4 au 13 mars 2017

ScreenHunter_031

Las Lagas: Lourdes in Zuid Amerika

Nous embarquons en Colombie juste avant que l’office des douaniers se ferme. Mais le douanier qui s’occupe des papiers de notre voiture est très relax. Nous faisons un parole avec lui, il nous apprend déjà le mot le plus ‘important’ du Colombie : « que chévere ! » (= vachement chouette) et il nous conseille d’aller voir l’église de Las Lajas. Las Lajas est un lieu de pèlerinage comme Lourdes en France. Le bâtiment a été construit dans une vallée et l’église est en effet très beau.

Nous y rencontrons des gens de Pasto, une ville a 1,5h d’ici, qui nous conseillent encore un endroit dans leur région : el laguna de Cocha. Toujours contente avec les conseils des locaux, nous y dirigeons le même jour. Nous arrivons à la maison de Jorge. Jorge est un homme spécial, mais très généreux, sympa et relax. Du principe « mi casa es su casa » nous y vivons pendant 2 jours. Jorge nous fait des pétit-déjeuners délicieux bien apprécié par les enfants (des crêpes !!) et le soir il nous joint pendant le souper. Pendant la journée, il nous invite pour un tour en bateau pour aller voir son endroit préféré du coin. Il nous emmène à l’autre côté du lac et après une randonnée d’à peu près 2 heures, nous pouvons voir des hectares et des hectares de jungle ou personne n’a jamais mis un pied (selon lui). Que chévere !
Nous y profitons de sa maison confortable, la vue sur le lac et les fleurs magnifiques dans son jardin, et lui… il profite clairement de notre présence. Le jour que nous continuons la route, il est ému de nous voir partir. Pour nous, notre passage ici est sûrement un des ‘highlights’ de notre voyage.

D’ici à San Agustín, notre prochain arrêt, est de 250 km, mais nous y prenons plus que 6 heures ! La route entre Pasto et Mocoa passe à travers d’une chaîne de montagnes, donc beaucoup de virages. La route est en très mauvais état, il y a beaucoup de traffic (aussi des gros camions) et plein de brouillard. On dirait le « camino de la muerte » de Colombie.

A San Agustín, nous avons de la chance, à notre arrivée dans l’hostel il y reste juste un dernier petit cabaña juste assez grand pour notre petite famille. La Casa de Nelly est un hostel super agréable. L’atmosphère est top, l’environnement est magnifique et les enfants retrouvent la joie d’un jeu d’échec.

Nous allons visiter la Parque National de San Agustín, où ils se trouvent plein de statues en pierre des anciens temps. Ca ressemble un peu à l’île de Pâques (apparemment). Ici aussi l’origine et le but de ces statues est inconnus. Le parc est beau, mais nous ne sommes pas vraiment époustouflés de cet endroit.

Apres 2 jours chez « Nelly » la route nous emmène dans le désert : Disierto de Tatacoa. Il fait chaud, très chaud dans le désert, mais pas sec… Juste au moment que nous voulons installer la tente, il commence à drasher ! Tellement fort qu’après nous devons vraiment chercher un endroit sans boue pour monter la tente. Le désert est splendide, mais il fait trop chaud, donc après une nuit et une matinée, nous quittons déjà Tatacoa.

Salento est notre stop suivant. En route, dans le village Chicoral, nous entendons un bruit bizarre au roue de devant droite. Jan monte la voiture et découvre que le disque de freins a lâché. Woooops. Pas trop difficile à réparer si on aurait le bon boulon. On fait avantage des villageois curieux qui se rassemblent au tour de la voiture et Jan est pris par Nelson en moto pour aller chercher le bon boulon au “ferreteria” du village. Le boulon n’est pas disponible mais heureusement un autre monsieur arrive avec un boulon de rechange qui doit être un peu adapté avant qu’il peut être installer. Il fait son boulot, les freins sont reparé et nous voulons continuer la route. Mais Nelson insiste que nous passons d’abord à sa “finca”. Sa ferme est une ferme des mangues! Il y a des 100aine des arbres énormes et Jan grimpe dans un abre pour aller cueillir des fruits. Nous mangeons des mangues frais avec Nelson et sa femme avant de reprendre la route.

A Salento nous dormons dans hostel La Serrana. Nous ne sommes pas les seules qui ont lu les commentaires positives de cet endroit. On y fait connaissance avec plusieurs d’autres Overlanders, dont par exemple Jan et Margriet. Ce couple hollandais voyage déjà depuis 2013 dans un Toyota Land Cruiser. (www.deeindervoorbij.nl)
Pendant notre temps à Salento, nous faisons une excursion d’une journée en cheval. Pendant la matinée nous nous arrêtons à une finca de café où nous sommes expliqués comment on fait du café, du fruit au boisson. L’après-midi, nous passons a une cascade pour aller nager. Malheureusement, le temps ne nous permet pas de se baigner. A notre retour, il commence même à pleuvoir et nous sommes bien mouillés en arrivant dans l’hostel.

Le lendemain est un grand jour. Nous allons au Parque del Café ! Ce parc de thème  explique également le procédé du café, mais ça…on connait déjà. Nous sommes là parce que c’est une parc d’attraction! Au début, Lucas est un peu restreint pour monter les montagnes russes, mais il se fait convaincre chaque fois par son frère et sa sœur et trouve peu à peu le plaisir. Surtout après avoir faire ‘Le Krater’ (voir photo dans le texte NL, un montagne russe assez effrayant), il a confiance en lui et depuis il prend tous les montagnes russes et autres attractions de haute impacte avec (plus de) plaisir (qu’avant). Même si c’est un dimanche, il n’y a pas beaucoup de gens dans le parc et donc nous pouvons y profiter de faire et refaire tous les attractions qu’on aime.

Avant de quitter Salento, nous faisons un stop au ‘Valle de Cocora’. Ceci est le must-do de Salento. On fait un beau promenade entre les palmiers spéciaux et faisons plein de photos parce qu’on aime tellement le paysage. Que Chévere !

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s