Bolivia: Uyuni, Potosí & Sucre

La Bolivie… un pays qui nous faisait un peu peur en avance. On avait déjà entendu des histoires sur le pays, positive mais aussi négative (insécure, pauvre, pas développé, sale,…). On plus, visiter un nouveau pays donne toujours un peu de suspence. Comment seront les gens, les magasins, où dormir? etc…
Notre première rencontre avec la Bolivie n’était pas facile. Les problèmes de voiture, le “invierno altiplano” (beaucoup de pluie), la route très mauvaise pour voir les lagunas, notre première nuit dans un endroit un peu spéciale avec une hôtesse pas vraiment gentille,…

Mais une fois arrivé à Uyuni, nous avons perdu notre coeur. Pas que Uyuni est tellement beau comme ville/village, mais on voit un peuple courageux, gentil une fois que tu les parles, traditionelle et moderne au même temps.
Il n’y a pas de ‘supermercado’, qui m’ambêtait d’abord un peu, mais une fois que tu trouves la joie de passer par les stalles du marché et de parler avec les femmes boliviennes, tu n’as plus envie de faire tes courses dans un supermarché impersonnelle.

screenhunter_036
Nos enfants font tournés beaucoup de têtes et apparaître des dents en or, ou… les 2 ou 3 dents qui restent dans les bouches des locaux….
A Uyuni nous visitons le fameux Salar, biensûr. Nous le voyons d’une manière spéciale. Pendant l’été ici, il y a beaucoup de pluie et donc le salar inonde… La couche d’eau reflecte le ciel bleu, les nuages et les montagnes autour, et l’horizon disparaît… c’est magnifique et merveilleux. Nous enlêvons nos souliers et nous baignons dans l’eau salé d’une température agréable. Même le picnic se fait pieds dans l’eau. 🙂


Notre hostel à Uyuni est Hostel Liliana, à recommander!

Après Uyuni nous visitons Potosí. Par iOverlander nous trouvons même un endroit à camper, à 16km de la ville: “Ojo del Inca”. C’est un endroit avec des geysers et une piscine thermale.

screenhunter_021

Nous payons 20 bolivianos (3 euros) pour y rester et pouvoir nager.
Nous allons également visiter la mine d’argent “Cerro Rico” dans la ville. Incroyable de voir les conditions dans lesquels ces hommes doivent travailler. Il n’y pas d’attention au niveau de la sécurité, l’air dans cette mine est très mal pour la santé et le boulot est extrèmement lourd! Mais malgré tout, il y a un còté très amusant, selon Lucas. (Voir son texte!)

screenhunter_024

Samedi 21 janvier 2017
Nous laissons Potosí derrière nous et allons à la “cuidad Blanca”, Sucre. C’est 200kms dans les montagnes. Les vues sont époustouflantes et la route asphaltée est impéccable! (Oui, les Belge peuvent apprendre quelques choses de Boliviens!)
Juste à l’heure de midi, nous passons un pont qui tire nos attention. Il nous fait un peu pensé au Tower Bridge à Londres. Mais ici pas de touristes, nous sommes seules à admirer ce batiment pendant que nous mangeons notre lunch. Nous l’indiquons en iOverlander pour nos “collègues-voyageurs”.

screenhunter_018

Vers 14h nous arrivons à Sucre, trouvons vite un hostal à dormir et vont à la découverte dans la ville. La pluspart des bâtiments dates du colonisation et sont toujours bien entretenus.
Le soir nous nous offrons à une soirée Bolivienne dans la maison culturele “Origines”. Nous avons la joie de manger un bon repas en regardant des dances traditionnelles de la Bolivie. Les costumes et le spectacle sont magnifiques. C’est dûr de manger s’il y a tellement à voir, n’est- ce pas Lucas?! 😉

Dimanche 22 janvier 2017
Nous partons de Sucre, direction La Paz. C’est plus que 9h de route, donc nous comptons au moins 2 jours pour faire ce trajet. La route est quand-même super…. jusqu’à Ravelo. A partir de là il n’y a plus d’asphalte… Les 100km qui suivent vont très lentement sur la piste.
Juste avant Macha nous trouvons un endroit pour placer la tente, à une hauteur de 4200m. On a oublié que les nuits sont très froides à cette hauteur. Mais avec plusieurs couches et 2 sacs de couchage nous survivons la nuit facilement.

Maandag 23 janvier 2017
Nous continuons la route vers La Paz. Nous prenons 2 locaux dans la voiture pour les 10km qui mênent à Macha, le village le plus prôche. Le garçon de 13 ans nous raconte qu’il va à l’école à Macha et qu’il doit marcher chaque jour 2,5h pour arriver à l’école, le soir la même chose!!!
La route est facile – de l’autoroute partout. Mais les beaux paysages comme nous avons vu hier, nous manquons aujourd’hui…  Nous arrivons à La Paz vers 17h, mais la route downtown nous prend encore 1,5h! Jan s’adapte vite au style de conduite des Boliviens: la loi du plus fort, du plus vite et plus costeau…

screenhunter_019

Bolivia!

Een nieuw land, altijd spannend! Hoe gaan de mensen zijn, waar kunnen we slapen, boodschappen doen,… Op voorhand hoorden we al heel wat verschillende echo’s van andere reizigers over dit land. Veel positieve, maar toch ook negatieve reacties. Dus we zijn wat op onze hoede. We hamsteren zelfs wat in Chili om toch maar wat voorraad in te slaan voor we Bolivia inrijden.
We steken de grens over in Ollaguë. Een paar dagen eerder probeerden we Bolivia in te rijden vanuit San Pedro de Atacama, maar dat was niet succesvol. Vanuit San Pedro tot de grenspost, stijgt de weg meer dan 2000m boven zeeniveau op enkele 10-tallen kms en dat is erg zwaar voor de auto. Maar vooral, onze lijfjes kunnen dat drukverschil maar moeilijk aan. De kinderen hebben echt veel last, hebben hoofdpijn, zijn futloos en geen eetlust. De grensovergang via Ollaguë is een veel makkelijkere weg om Bolivië in te rijden. De grenspost is ‘slechts’ op 3600m hoog en dat kunnen onze lijfjes beter aan.

Onze eerste kennismaking met Bolivië is niet gemakkelijk. Als we onze tent op een mooie plek willen opzetten, steekt er een onweer op. De hevige wind belet ons de tent recht te krijgen en als het ook nog eens zwaar begint te regenen, bergen we onze kampeerplannen op en gaan in de gietende regen op zoek naar een slaapplaats in Alota, het eerste volgende dorpje van betekenis. De dame van de refugio daar is niet erg vriendelijk, maar een nachtje droog liggen maakt veel goed.

Daags nadien plannen we een deel van de Laguna route te doen, maar de weg is erbarmelijk! Daarenboven zitten we wat “short” in dieselvoorraad en in tijd. Na 3 laguna’s te hebben gezien, besluiten we al terug richting Uyuni te rijden. Dat hadden we beter anders geregeld, maar goed.

Diezelfde namiddag komen we aan in Uyuni centrum waar we op zoek gaan naar een goed hostelleke. Onze eisen zijn niet mals: we zoeken een plaats met een keuken die we mogen gebruiken, een veilige parkeerplaats voor de auto, goeie bedden en sanitair voor een schappelijke prijs. Na een tijdje zoeken, vinden we Hostel Castillo de Liliana. De man aan de receptie geeft in eerste instantie een erg uitgeblust gevoel, maar wordt al snel een hele lieve en behulpzame host. Maar goed ook, want door zouteffecten op onze auto, blijven we hier dubbel zo lang als gepland.

screenhunter_033
Maar ik laat hier verder het woord aan Rianne die een mooi stukje schreef over onze avonturen in Uyuni. (Zie haar blogpost)

Donderdag 19 januari 2017
We laten de grootste (of 2de grootste, want in Botswana zou de grootste zoutvlakte liggen) zoutvlakte ter wereld achter ons liggen en trekken naar Potosí, een mijnstad. We logeren niet in de stad zelf, maar halen onze tent weer boven. We hebben een informele kampplaats gevonden aan de Ojo del Inca, een klein geysergebiedje op 16km van de stad. Er zijn geen voorzieningen (wc, douche), maar wel een thermaal zwembad.

screenhunter_022
Op vrijdag 20 januari gaan we op excursie naar de zilvermijn, Cerro Rico. De ontdekking van de aanwezigheid van zilver viel ten tijde van de Spaanse kolonisatie. De Spanjaarden hebben financieel wel gevaren met deze mijn. Vandaag de dag worden er nog voornamelijk mineralen en zilvererts ontgonnen in beestachtige omstandigheden. De mijnwerkers verzetten loodzwaar werk met materiaal dat totaal niet is aangepast. Met laarzen (geen stalen tip!), lompen kleren aan hun lijf, een helm met een eenzaam lichtje erop, verrichten ze hun werk in de stoffige mijn. Ze stoten karretjes die leeg 400kg en vol meer dan 1 ton wegen op rails die nauwelijks onderhouden zijn, of kappen mineralen met de hand en lopen ’s avonds met een aantal zakken van 30kilo op hun rug door de donkere smalle gangetjes op weg naar buiten.
De mijn wordt nu uitgebaat door een 120-tal coöperatieven en de mijnwerkers werken er doorgaans op zelfstandige basis, wat wil zeggen geen ziekteverzekering, pensioen,… maar ook hun materiaal (dynamiet,…) moeten ze zelf bekostigen.
Om de mijn te mogen bezoeken, worden we zelf uitgedost als echte mijnwerkers, kopen wat cadeau’s voor de echte mijnwerkers (dynamiet, frisdrank, pure alcohol, cocablaren en sigaretten) en gaan de mijn in. Het is best spannend want je loopt op het spoor waar de karretjes met ertsen over worden vervoerd. Als er een karretje afkomt, moet je snel een plaatsje naast het spoor vinden waar je kan schuilen tot de zware vracht voorbijraast. Impressionant.
We kruipen ook door smalle doorgangetjes en worden regelmatig overvallen door de hoeveelheid stof die hier in de lucht hangt. Dat de levensverwachting van deze mijnwerkers maar rond de 45 à 50 jaar ligt, is niet te verbazen.
De mijnwerkers kennen het systeem van de toeristen met hun cadeau’s goed. Zodra ze ons zien vragen ze ernaar, wat ons opvalt is dat ze voornamelijk frisdrank vragen, terwijl de gidsen ons eerder het idee gaven dat de alcohol (98%), dynamiet en sigaretten meer in trek zouden zijn.

screenhunter_023

Na het mijnbezoek begeven we ons terug naar onze tent waar we nog één nachtje slapen, voor we onze tent terug inpakken.

Zaterdag 21 januari 2017
Vandaag staat Sucre op het programma. De weg is uitsluitend asfalt. Makkie! Onderweg passeren we een mooie brug, die wat aan de Tower Bridge in Londen doet denken. Alleen, hier is geen toerist te bespeuren. De perfecte plek om te picknicken en zelfs om te overnachten. Voor ons is het alleen wat vroeg op de dag om onze tent op te slaan, maar op de iOverlander app duiden we deze spot aan als hint voor “collega-overlanders”.

screenhunter_017
Het is maar een kleine 200km van Potosí naar Sucre, dus kort na de middag komen we aan op onze bestemming. We vinden snel een tof hostel (Hostel Kultur Berlin) en trekken dan de stad in. We verkennen de Mercado Central, het hoofdplein, de mooie witte en
goed onderhouden koloniale gebouwen,…
’s Avonds trakteren we onszelf op een lekker toeristische activiteit: we gaan eten in het “culturele centrum” ORIGINES, waar je een spektakel van traditionele Boliviaanse dansen kan volgen. Het is een echte aanrader. De show is top, de kostuums fascinerend en het is moeilijk om je op je maaltijd te concentreren, hé Lucas?! 🙂 Na de voorstelling lopen de dansers de zaal in en komen voor de laatste dans een danspartner zoeken. In no time zijn onze 3 kinderen van tafel geplukt en staan ze mee op het podium te shaken. We hadden echt een superleuke avond.

Zondag 22 januari 2017
Na een verkwikkend ontbijt, stappen we weer onze bolide in (die het momenteel erg goed doet. Wij blij!) en gaan op pad richting La Paz. De weg vanuit Sucre rijdt perfect. Net op het moment dat we tegen elkaar stoefen over de goeie Boliviaanse wegen (en dat de Belgen er nog iets van kunnen leren!), is het gedaan met asfalt.

screenhunter_029

Vanuit Ravelo rijden we piste voor een goeie 100km tot in Macha. Net voor Macha slaan we onze tent op op een redelijk vlak terrein en op een hoogte van 4200m. We waren even vergeten dat het ’s nachts erg koud kan worden op deze hoogte. Met thermisch ondergoed, dubbele slaapzakken en heel “den annekesnest” overleven we de nacht best goed. Een goede voorbereiding is alles…. 😉
Er komt nog een oude Boliviaanse man langs, hij is niet groter als Rianne! Hij spreekt enkel quechua, toch maken we een ‘praatje’ en op zijn verzoek laten we de binnenkant van de tent zien.

screenhunter_028

Maandag 23 januari 2017
We zetten onze weg naar La Paz voort, maar zoeken wel bewust de asfaltbanen op. Vanop onze kampplaats tot Macha nemen we nog 2 locals mee die langs de hoofdbaan insisteren voor een lift naar het dorp een 10-tal km verder. De jongen van 13 vertelt dat hij in Macha naar school gaat en hij 2,5u moet stappen van zijn huis tot aan
school, enkel! Elke dag opnieuw.
De weg gaat vlot, inderdaad allemaal ‘autostrade’ en dus asfalt. Maar de prachtige vergezichten die we tijdens onze rit gisteren ervaarden, blijven vandaag grotendeels achterwege. We komen aan in La Paz rond 17h, maar het duurt nog een uur en half eer we downtown aan ons hostel geraken. Jan past zich snel aan aan de boliviaanse rijstijl: kwestie van de rapste, de sterkste en meeste durfal te zijn… We lachen wat af!

Advertenties

La mine de Potosí (Lucas)

Dans la mine il y a des chariots mais pas des gros camions.

Les petits chariots ils entrent 0,5 cube des pierres contenant de l’argent.
Par chariot, il y a 3 hommes qui font l’aller retour en poussant et tirant.
Ils doivent être très forts.
Ils ne mangent pas des tartinnes, mais ils machent toute la journée des feuilles de coca qui leur donne assez d’énergie pour travailler.
Je voulais me mettre dans un des chariots maman n’était pas d’accord. 😐

Au revoir, Lucas screenhunter_029

Uyuni!

15/01 – 19/01/2017

Uyuni is een leuk dorpje. We sliepen daar in een hostel. De eerste dag vertrokken we we naar de Salar. De salar was persies een lake, helemaal vol water.

screenhunter_034

We zagen de touroperators gewoon in het water rijden, en wij deden ze na. S’middags, stappen we uit, doen onze schoenen uit, en eten in het warm water. Na het eten was het aan mij om te rijden. Papa vroeg of ik aan de pedalen kon, en ik zei ja. Ik heb helemaal alleen kunnen rijden. Dat was de MAX!

screenhunter_035

Op een moment, zagen we een bus rijden, en papa zei: volg die bus! Ik, ik moest volle gas geven en mijn best doen om hem in te halen. Dat was echt niet gemakkelijk!

Terug in Uyuni, splitsen we ons op: papa en Arthur naar de car-wash voor de auto, en de rest (mama, Lucas en ik) gaan in de douche en naar de Boliviaanse winkel. Zo is de winkel (mercado) in Bolivie; ze hebben elk hun stantje met grote zakken vol met groente, pastas, fruit, vlees…

De volgende dag zijn we klaar om te vertrekken. Maar LAP!, de auto is weer ziek! Hij wilt niet naar achter rijden en ook niet in versneling 4 gaan. Heel de dag werkt papa er aan. De jongens en ik kijken filmpjes om onze dag toch nog leuk door te brengen. Dat was een leuke dag. 😊
De volgende dag gaan papa en Arthur naar de mecanicer. Walter heet hij. Walter werkt ook heel de dag aan de auto. Ondertussen gaan wij nog nekkeer naar de salar. Maar deze keer met een touroperator. We zijn begonnen met een marktje in Colchani (ligt net aan de ingang van de salar). De Salar is deze keer helemaal wit.

screenhunter_025
Het is al middag, we gaan naar het zouthotel om daar de lunch op te eten. Mmmh! Het is heel lekker; quinoa met lama vlees en met gesnede patatjes, wortelen en brocolis. Na het eten, gaan we een beetje verder in de salar om leuke grappige foto’s te maken. De gids had speciaal dinausauruse mee genomen voor de foto’s, maar er werd vooral mee gespeeld door Arthur en Lucas, in het zout.

screenhunter_038

De dag ging stillekesaan voorbij. Rond 15 à 16 uur keren we terug. We zijn terug in de stad en gaan onze auto halen die klaar is.

Donderdag zijn we voorgoed weg en gaan met onze genezen auto naar Potosí om de mijnen de bezoeken.
Rianne

screenhunter_026

Emoties – des émotions

De laatste dagen waren best emotioneel. Verdriet, hoop, frustratie, geduld, boosheis, ongeduld, dan weer geduld en nog eens geduld. De reden…. een auto zonder “power”.

We dachten eerst dat de Defender wat last had van “hoogteziekte”, maar nadat we nog nauwelijks konden optrekken, plat en bergop enkel nog aan 10 km/h in veldvitesse gereden kon worden, bleek er iets serieus te schelen.

We hadden de auto al bijna opgegeven. We zouden hier een andere bolide kopen. Maar we zijn toch eerst terug naar Luis in Antofagasta gereden en brachten weer enkele dagen in zijn garage door. Ondertussen kreeg de turbo een stevige opknapbeurt door een geweldige goeie turbospecialist.

Hoop doet leven, 🇧🇴 Bolivia 🇧🇴 here we come… again!


Pas mal d’émotions ces deniers jours. De la tristesse, de la frustrations, de la colère, de la patience, de l’impatience, de l’espoir, de la patience et encore de la patience. Tout ca parce que la voiture ne montrait plus de la force en altitude… Ou, c’est-ce qu’on pensait.

On avait déjà l’idée de laisser la Def ici, d’acheter une autre voiture, mais nous sommes quand même retournés à Antofagasta (350 km à un maximum de 55km/h!!) au garage de Luis. Ici le turbo a recu une refonte solide qui nous permets -esperons- de continuer la route sans problèmes.

🇧🇴 Bolivia 🇧🇴 here we come… again!

ps. Enjoy the ❄️❄️❄️ in Belgium!

Christmas and New Year in the Chilean Dessert

24 – 27 december 2016

We pakken onze spullen bij elkaar om weer de weg op te gaan. Eindpunt van de dag is Punta de Choros. We hebben gehoord dat dit een pareltje zou zijn aan de Chileense kust, een echte trekpleister voor de Chilenen. De Panamericana zorgt ervoor dat we de 633 kms in een deftige tijd kunnen afleggen. Maar goed ook, want vanavond is het Kerstavond en we hebben nog een missie met onze tent. We verzamelden een tijdje geleden dennenappels en met kleurrijke touwtjes (toevallig een pakket gevonden met onze Belgische driekleur) willen we deze aan onze tent hangen om toch een soort van kerstboom te hebben.

We komen rond 16u aan in een echte strandcamping, La Torre. We kiezen ons een plaatsje vlak aan de zee en starten met het opzetten van ons campement met versiering. Het was een mooi idee, maar de uitvoering ervan loopt volledig in het honderd… dus vergeten we de tent maar snel en gaan over op het maken van de hapjes en het kerstdiner. Dat lukt gelukkig beter. Rianne maakt lekkere broodsushi’s terwijl ik de vis met groentjes in een papiotje wring. 

We aperitieven, eten (relatief) feestelijk en de cadeau’s en zelfgemaakte crackers moeten van deze avond iets feestelijks maken. Met veel enthousiasme worden de cadeau’s onthaald. De kinderen zijn blij met de cadeautjes die we voor hen vonden en Jan en ik moeten smakelijk onze smokkelverhalen vertellen over de toeren de we moesten uithalen om elkaars cadeau’s in het geniep te kopen.  

Op Kerstdag zelf gaan we op excursie. Punta de Choros is bekend owv zijn eilanden vlak aan de kust die eigenlijk een nationaal park vormen. Je vindt er heel wat maritiem wildlife zoals Humboldt pinguïns, pelikanen, zee-olifanten, otters (gato del mar, kat van de zee, genoemd) en zelfs dolfijnen. 

We gaan op zoek naar de bootjes, al zijn we niet zeker dat deze met Kerstmis uitvaren. Er staan toch een aantal “kapiteins” op wacht om potentiële toeristen rond te varen. Wij hebben gehoord dat er mogelijkheid is om op de Isla de la Damas af te stappen en dat dit erg de moeite zou zijn, maar om de natuur beschermd te houden voor de dieren, worden er maar 15 personen per dag toegelaten om af te stappen. We informeren ons hierover bij de bootjesmensen en krijgen te horen dat het eiland vandaag niet open is, vermits de mensen van Conaf (gouvernementele organisatie die instaat voor de nationale parken) vandaag niet werken. “Maar voor 10.000 pesos (13€) per persoon kunnen we wel een oogje dichtknijpen en jullie het eiland laten bezoeken”. Terwijl Jan en ik overleggen dat dit belachelijk duur is en we dit zeker niet willen doen, komt dezelfde man op ons af. Als we de normale tour bij hem nemen, zet hij ons wel op het eiland zonder extra fees. Ok, dat is gesproken! We stappen de boot in worden eerst rondgevaren en krijgen wat Spaanse uitleg bij de dieren die er te zien zijn. Uiteindelijk worden we op het fameuze eiland gedropt en zijn wij gelukkig dat we hiervoor niet meer betaalden?! Het stelde eigenlijk erg weinig voor. 

Desondanks dat het warm maar bewolkt is, zitten er ’s avonds 5 ‘tomatjes’ aan tafel. Owv de bewolking hadden we ons niet ingesmeerd, maar dat bleek geen goede zet.

We hebben die avond ook bezoek van 2 jonge Zwitserse koppels op de camping die blijkbaar een zwaar kerstfeestje vieren. Het gaat er vrolijk en zwierig aan toe, tot ’s anderendaags wanneer ze zich -met fameuze kater – uitgebreid excuseren voor hun wangedrag… haha. 

p1030819

We zeggen al onze vrienden (wilde honden alom op deze camping, waaronder 2 pups (Snoesje en Gigi) die onze harten stelen) vaarwel en gaan weer op pad. Niet naar het Noorden zoals oorspronkelijk gepland, wel weer Zuid. We nemen zelfs een jong koppel op sleeptouw. Josephine en Mauricio zoeken een lift naar La Serena, de dichtstbijzijnde stad, omdat Mauricio een erg pijnlijke knie heeft. Ze moeten zo snel mogelijk een dokter zien en wij willen hen uit de nood helpen. Het was gezellig krap in onze Def met 2 mensen en hun bagage extra… Hier in Zuid-Amerika “kan” en “mag” dat allemaal.

Wij rijden dus terug even Zuid om dan naar het Oosten af te buigen. Het droge dorre landschap van La Serena en omstreken kon ons totaal niet bekoren en dus besluiten we een ander plan boven te halen. We willen de paso Augua Negra naar Argentinië oversteken. Deze pass van 4800m blijkt erg legendarisch te zijn en de weercondities zijn nu perfect om deze oversteek te maken. Bovendien ligt aan de andere kant van de Andes een interessant landschap, daar zijn 2 nationale parken die bekend zijn om hun rotsformaties in hele vreemde en speciale vormen. En die willen we wel eens zien.

We zoeken ons een camping ergens halfweg tussen La Serena en de douanepost en komen als bij toeval in de Valle de Elqui terecht. Nog zo’n bekende vakantiebestemming bij de Chilenen. Het is indd erg speciaal, midden in het dorre landschap met bruinachtige onbegroeide bergen, ligt een frisgroene vallei. De Rio Elqui zorgt voor vruchtbare grond en de wijn- en piscolandbouwers nestelen zich hier dus de ene naast de andere. Pisco is hier de nationale drank. 

We vinden hier een sympathieke camping aan een rivier (camping Paihuano, naar het gelijknamige dorp) waar het ene stuk van de camping met het andere stuk is verbonden door middel van hangbruggetjes over de rivier. Vooral Lucas vindt dit natuurlijk geweldig. We maken er een relaxend moment van en blijven 2 mooie zonnige dagen lang op deze camping. Onze grote tent heeft schijnbaar aantrek, want op een bepaald moment worden we benaderd door een TVploeg van de nationale TV. Ze maken een reportage over de vallei en interviewen mensen die hier op vakantie komen. Onze tent en ons verhaal bekoort hen en dus sta ik daar plots televisiester te wezen…

Naast wijn- en pisco is deze streek ook erg gekend voor de observatoria waarin de sterren en het heelal worden bestudeerd en bewonderd. Hier is weinig lichtpollutie en zelden regen (dus wolken). We bezoeken het kleine observatorium van Cochiguaz en maken kennis met de sterrenhemel van het zuidelijk halfrond.
De “grote beer” en “kleine beer” kan je van hieruit bvb niet zien.  Om 11u ’s avonds is ons licht uit, dus cruisen rustig terug naar onze tent. 

28 – 30 december 2016

We laten de leuke camping aan de rivier achter ons en plannen de grens naar Argentinië nog ns over te steken. En dat wordt niet zomaar een oversteek… We rijden over de Paso Agua Negra, een bergrit die tot 4800m hoog gaat! Deze oversteek is een groot deel van het jaar gesloten wegens “niet begaanbaar”. Aan het aantal Argentijnse auto’s te zien die in de tegenovergestelde richting rijden, is de paso nu wel open. En de Argentijnen maken er gretig gebruik van om het warme woestijnland achter te laten en naar de koelere Chileense kust te trekken. Wij willen graag naar Argentijnse zijde om de grillige rotsformaties van het Nationale Park van Ischigualasto te gaan bewonderen, ook gekend als deValle de la Luna (maanvallei). Dat het er rond de 40 graden (!) is, moeten we er wel bijnemen…

Ik kruip achter het stuur en we rijden een dik uur tot we op 2000m hoogte aan de Chileense douanepost komen, de Argentijnse post zal ongeveer 100km verderop liggen, aan de andere kant van de Andes.

Terwijl we bezig zijn met de paspoortcontrole, wordt Jan’s aandacht getrokken door de plas water onder onze Def. Het koelwater spuit er (weer) uit! Verdorie, wat nu gedaan? We staan op punt van nog 3000mtr te gaan klimmen op korte tijd en de koeling van de motor speelt op??!
We overleggen even en besluiten uiteindelijk dat het veiliger is om aan Chileense kant te blijven. We kennen de distributeur van LR stukken uit Chili ondertussen (garage Santiago) en ook als we stukken uit Europa willen laten komen, is Argentinië een absolute ramp (weten we al uit eigen ondervinding!!!!).
We schuifelen op onze kousenvoeten terug naar de douaneambtenaar en moeten hem vragen ons terug in te stempelen, 10 min nadat we zijn uitgestempeld.

K*kbak, denken we allemaal, terwijl we terug rijden tot in het eerste beste beschaafde stadje, het lieflijke Vicuña. We moeten alweer op zoek naar iemand die ons op weg kan helpen bij het oplossen van dit zoveelste probleem. Twee plaatselijke mechaniekers buigen zich over de kwestie en maken snel uit dat er vermoedelijk iets is met de viscokoppeling van de ventilator van de motor. De ventilator zou niet rap genoeg meer kunnen draaien… We weten niet goed wat ervan te denken. Feit is dat we hier een slaapplaats zoeken en vinden en van daaruit eens hard nadenken over onze opties. We komen in een kleine camping terecht (Rancho Elquino) met zwembad en WiFi. Iedereen content (desondanks de omstandigheden tenminste)! De schoonzoon des huizes, Gabriel, blijkt ook mecanieker te zijn en komt zijn licht ook een laten schijnen over de kwestie. Letterlijk en figuurlijk dan, want het is al bijna 10u en dus donker als hij komt toestuiken. Hij geeft dezelfde diagnose als de 2 mechaniekers deze namiddag. 

Plan is dus op LR Santiago te contacteren, daar de wisselstukken te bestellen en te laten opsturen naar Vicuña.
We slapen er een nachtje over en ’s anderendaags wachten we (on!!)geduldig het antwoord af van onze Land Rover contacten.
Bad news. De wisselstukken zijn niet in stock en moeten dus van Engeland komen. Duurtijd: 20 dagen. Ja, hallo! We bedenken nog wat back-up plannen maar besluiten alvast opnieuw te gaan rijden. We hebben nog al eens zo’n alleenstaand geval van waterkoelingverlies gehad en hebben via onze oproepen op verschillende land rover fora wat tips gekregen. 

Verder genieten we nog van het zwembad, profiteren nog eens van de tijd voor een kappersbezoek en doen inkopen. 

’s Avonds als de kinderen in bed liggen, bedisselen Jan en ik ons actieplan. Ookal schreeuwt ons hart naar het rijden over deze legendarische pass en waren onze kinderen zeer enthousiast over het bezoeken van de woestijn met rotsformaties, toch besluiten we dat het beter is van ons verstand te gebruiken. We reizen via de Chileense kust verder naar het Noorden. Het is er niet alleen aangenamer van temperatuur voor onszelf en onze wagen (ik zag al nachtmerriebeelden opdoemen: onze auto die helemaal in de patatten valt in de rotswoestijn en wij die aan 42 graden – zonder enige schaduwplek- uren moeten wachten op hulp…), in Chili kunnen we efficiënter geholpen worden.

Op vrijdagochtend kramen we op en rijden met goeie moed de Ruta 5 verder naar omhoog. We trotseren klims van 2000m in korte tijd en dat alles… zonder problemen!!! Oef! 

Op de voorlaatste dag van het jaar, planten wij onze tent opnieuw in het zand. De camping (club bahia) hier is een afgezet stuk strand. Best OK, maar niet de plaats waar we oudjaar willen vieren. 

31 december 2016

We verlaten de badplaats Bahia Inglesa en rijden 120km noordwaarts. Daar ligt het Nationaal park Pan de Azucár (suikerbrood :-)). De perfecte spot voor oudjaar! Mooie camping, mooi uitzicht, rustig,… We zetten onze tent neer, gaan nog een zwemke doen in de zee en beginnen aan onze laatste avond van 2016 met aperitiefhapjes, hamburgers uit het vuistje, taart als dessert en in afwachting van middernacht worden er marshmallows op het vuurtje gegrild. We hebben een rustige maar fijne avond met ons 5-jes en bedenken samen wat de highlights van 2016 waren en welke highlights er ons opwachten in 2017.

Om middernacht drinken we een lekker glaasje, wensen elkaar het beste toe en kruipen met z’n allen de tent in.

1 januari – 4 januari 2017

Voor de derde ochtend op rij doen we weer heel onze opruim. De plaats is hier erg mooi, maar de camping heel duur voor wat je ervoor in de plaats krijgt (koude douches, wc op 10′ wandelen,…). Op zoek naar andere oorden dus.

We monitoren de temperatuur van onze auto goed, maar hebben nog altijd de vrees dat het probleem van het koelwater kan terugkomen, zeker als we heel binnenkort de hoge Andes in rijden. Via iOverlander (dé app met nuttige info die elke overlanders gebruikt en aanvult) krijgen we lucht van een zekere Luis in de stad Antofagasta. De lovende woorden over deze sympathieke en goede mechanieker zijn veelbelovend. Ookal is het 1 januari, we wagen het erop om Luis op te zoeken. Na wat speurwerk komen we hem op het spoor. Hij is inderdaad heel gastvrij, want stelt ons meteen voor in te trekken ik zijn garage. Daar is wc, douche, keuken etc voor handen. Hij laat wel duidelijk weten dat zijn werkweek pas begint op 3 januari en dus is het wachten geblazen.

We kunnen het hem niet kwalijk nemen. In zijn garage ligt een schat aan materiaal. We mogen het allemaal gebruiken. Jan dus in zijn nopjes want hier droomt hij al weken van… een garage vol bruikbaar materiaal en geen “moeials”. 

We spreiden onze bedjes in de laadbak van één van de camions in de hangar en verblijven 2 dagen op deze plaats. Jan knutselt er op los, zoekt oplossingen om de motor beter te laten afkoelen en maakt daarvoor mooie (hehemmm) gaatjes in de motorkap. We ververzen al het koelwater uit het systeem door nieuwe, die tot -16 graden kan, want in het hooggebergte kan het koud worden. Af en toe komen Luis en zijn medewerker Nico binnen waaien in de garage voor wat small talk en nog wat tips. 

We krijgen ook gezelschap van Justine en Romain, 2 jonge parisiens die met hun VW combi van de toer van Z-Amerika willen maken. Ze hebben een probleem met de alternator van hun sympathieke busje. 

Na 3 nachten in deze garage, is het genoeg geweest. De jongens hebben geen enkel kledingstuk meer dat proper is. Alles ziet pikzwart van het spelen in de garage, of het helpen mechanieken. We zwaaien Luis, Nico, Justine en Romain uit en laten Antofagasta achter ons. 

img_6183

Volgende doel: een mijn bezoeken, want dit is de regio van de giganteske kopermijnen met bijhorende machinerie (monstertrucks, mega graafmachines,…). We hebben wel wat geïnteresseerde zieltjes in die voertuigen. De mijn van Chuquicamata kunnen we helaas niet meer bezoeken deze week, want de reservaties zijn al volzet, net als de wachtlijsten. We geloven er in dat we nog een andere mijn kunnen bezoeken, maar niets blijkt minder waar. Overal waar we met hangende pootjes en puppyoogjes proberen om een visite vast te krijgen, krijgen we te horen dat er geen bezoekermomenten zijn in de mijn. Er zou een mijnenroute zijn en een kleine twintig mijnen ontvangen toeristen, maar geen Belgen! Gelukkig spotten we de grote voertuigen wel tijdens onze zoektocht. Dat sust alvast.

5 januari 2017

We zijn nu in San Pedro de Atacama. Dit is een gezellige drukke stad waar meer toeristen van overal ter wereld rondlopen dan Chilenen. De aarden huisjes en stoffige straatjes geven dit stadje heel wat charme.

We komen hier toe rond het middaguur, zetten de tent op in Camping Takha Takha en eten de restjes van de voorgaande dagen hier op. In de namiddag genieten we van het zwembad, want daarvoor hebben we speciaal déze camping gekozen. 

Rond 17u zetten we aan naar Laguna Chaxa dat 59km onder San Pedro ligt. De Laguna ligt in de zoutvlakte van Atacama en is de thuis van heel wat flamingo’s. Voor Lucas is de wandeling hier er eentje in mineur, want hij is over een zoutblok gestruikeld en heeft er wat schaafwondjes aan over gehouden. We blijven hier nog hangen tot aan de zonsondergang owv het mooie licht en moeten dus in het donker terug naar onze campsite. 

6 januari 2017

De dag begint vandaag vroeg, bijzonder vroeg. Zo is dat als je de geisers van El Tatio wil bewonderen. Dit geiserveld is het grootste van het zuidelijke halfrond en ligt op een hoogte van 4300m boven zeeniveau.

Om 5u staan we op, 10 na 5 in de auto en we rijden ongeveer 1,5u in het donker. De weg vinden is anders niet moeilijk, gewoon 1 van de ontelbare toeristenbusjes volgen.
Om 7u zijn we ter plaatse en zien de dampen opstijgen uit de grond en water pruttelen uit de grond. Af en toe een geiser die 2 tot 3 meter in de lucht spuit. Het is een bijzonder fenomeen en wordt extra mooi als het zonnetje achter de bergen komt piepen. 

We ontmoeten Heidi en Koen, 2 bruggelingen die al heel de wereld hebben gezien. Zij hebben vroeger ook tot 2x toe een lange reis gemaakt met hun 4 kinderen. Nu trekken ze er met z’n 2 op uit. We doen een lange babbel en wisselen contactgegevens uit.

Voor we het geiserveld verlaten, gaan we eerst nog in het warme water plonsen van het bijhorende thermen-bad. Het water is zalig warm, eruit komen in de koude is dus geen lachertje… 

We rijden terug richting San Pedro de Atacama door een prachtige weg en stoppen onderweg in Machuca. Luis had ons aangeraden hier een brochette met Lamavlees te eten en dus proberen we dat eens. Lekkerrrr!

En daarmee sluiten we onze reis door Chili en Argentinie af. Morgen trekken we Bolivie in…

Uw reporters ter plaatse, Jan en Barbara

img_6137

24 – 27 Décembre 2016

20.00 on part de Santiago. L’autoroute vers Valparaiso est connue apres 4 fois. Le clim est functionnel, un luxe agréable pour la route.

A Valparaiso on récupère notre tente. Avec la nouvelle tirette ça sera plus facile de ouvrir et fermer notre maison amovible. Quel luxe, un cadeau de Noël pour nous cinq.

On dort dans l’hostel de la semaine passée et le lendemain on dit au revoir à la cuisinière gentille de l’hostel. On est content de quitter la ville et de prendre la belle autoroute vers le Nord, en savoir qu’on va dormir de nouveau dans un parque national.

On continue donc notre route vers le Nord par la mer, pour arriver à San Pedro de Atacama fin de l’année. Mais les ébauches de plan qu’on fait n’existent bien sûr que pour être changées, au gré des rencontres, au gré des loupes. Punta de Choros et la PN Humbold, Bahia Inglesa, la place de repos des pirates Anglais est la destination sur la carte.

C’est le 24 décembre, 16h et on cherche un camping. Idéal ! Heureusement on rencontre une famille espagnole (il faut le faire, reconnaitre des espagnols en Chile) qui nous montre le beau camping ‘La Torre’. Pied dans le sable, vue sur la mer…..Le chilean ont aussi le dinde (pas le cochon d’inde, ca sera pour la partie plus Nord) comme menu de Noël. Vue qu’on est vraiment bord de mer nous mangeons du poisson sur le BBQ.

La parque de Humboldt a reçu le nom du courant de mer Humboldt qui s’atterrit à terre et les 3 îles qui sont le sujet de la parque. L’eau froide donne une autre vie tout près de la côte désertique.

Le lendemain on visite les îles par bateau. Conaf, l’organisation gouvernementale qui gère les parcs nationaux, a fait des règles pour protéger la nature. Il n’y a que 15 personnes ér jour qui peuvent monter sur les îles. Mais les gents de Conaf ne travaille pas aujourd’hui, c’est Noël. Donc les capitaines des bateaux pour les touristes, sentent leur chance. En mec nous propose de nous faire démonter à l’île par demander le prix double. Nous ne sommes pas fou donc refusons. Trois minutes après il revient avec une autre proposition. Il veut nous amener a un tour et même déposer sur l’île sans charges supplémentaires. On craque et donc nous faisons un petit tours en bateau. Les animaux sont partout. On voit des dauphins, ‘el gato de mar’ (outre), des phoques, des pélicans et d’autres oiseaux de différents couleurs et sortes.
gelandenwagenC’était un jour chaud mais nuageux. On a quand-même tous un visage plutôt rouge le soir, c’est pas l’alcohol, c’est une après-midi en mer qui nous a lâcher des traces.
Les espagnols sont partis. On a rater l’opportunité d’avoir un rendez-vous avec Mario et sa famille.

Nous nous dirigeons vers le Sud, vers La Serena. La Serena est la deuxième plus vieille ville du pays. A partir de là on peut prendre le « Paso Agua Negro » direction Argentine. Il nous semble qu’on a plus de choses à voir sur cette route Argentine vers le Nord comparé avec la route de 10.000 mines, en suivant la mer en Chile.

Nos voisins sur le camping est une jeune couple qui profite des vacances d’un mois. L’ homme a un excès d’eau dans son genoux. Il ne sait plus marcher et ça fait du mal jour et nuit. (quand nous, les hommes, ont mal, c’est pour du vrai!) Vu qu’ils sont venus à punta Choros par autocar, on leur donne un lift. Apres plus de 100 kilomètres, moitié du ‘ripio’, on passe la grande ville ‘La Serena’ (la sirène) ou Josephine et Mauricio s’arrête à l’hôpital. Il faut pas demander comment on a fait : 4 adults, 3 enfants, des bagages et tentes pour sept personnes dans une petite voiture….

Avant de passer par Argentina et les hautes altitude, on visite un station stellaire. Vu que c’est très haute et sec ici, c’est la région idéale pour les stations stellaire (observatoires). Dans cette région on voit fréquemment des UFOs, cosmic energies…. Le guide parle que l’ espagnol, mais Arthur a découvert un des visiteurs qui parle français et espagnol, sans arrêter il fait un nouveau ami. Toute la famille profite des traduction et d’une soirée galaxique et magnifique.

On déposera la tente dans la Valle del Elqui. C’est ici la cœur de production de Pisco, le boisson national de Chile (et Peru) et notre apéritif préféré. (Pisco sour avec du lemon)

En continuant la « Ruta de Esterellas » nous nous dirigeons vers la paso Agua Negra à 4800 metres. Dès qu’on arrête la voiture chez la douane, il y a de l’eau qui colle en dessus de la voiture. C’est la clim ? On a plus l’habitude d’avoir une clim fonctionnelle.

C’est pas la clim, c’est l’eau de refroidissement. Bof, on ne prend pas la risque de monter encore 2500 mètres et de tomber en panne à une altitude héroïque. La responsabilité parental prend la préférence, mais ça fait du mal. On redescend vers Vicuña.  Une bonne choix, on trouve un chouette camping avec piscine. Les mécaniciens du ville regarde la voiture, les forums et cousin Tom donnent leurs avis. Pas de choix, il n’y a aucun ‘spare part’ dans ce pays. Moi j’ai compris : ne voyage pas avec un Land Rover et surtout pas en Amérique du Sud.

Désormais les erreurs de la voiture, on passe deux jour de plaisance. Ce ferraille anglais ne va pas gaspiller le plaisir familial. Chaque matinée nous nous levons en aller se baigner dans la piscine. Quelle bonheur !!

28 decembre – 4 janvier 2017

Desole, mais ici nous avons pas fait le text… En tout cas, nous avons feter nouvel annee dans un endroit magnifique et tranquille entre nous. De la, nous sommes partis vers Antofagasta pour rester pendant 3 jours dans un garage d’un mecanicien qui nous preter tout ses materiaux. Nous avons pas mal bricoler a la voiture et de la nous nous sommes dirige vers San Pedro de Atacama via Calama.

5 janvier 2017

Notre dernier arrêt en Chili est San Pedro de Atacama. Ceci est une petite ville bien sympa avec des maison construit en terre et les rues plein de poussière. En plus, il y a plus de touristes que des locaux dans cette ville. Nous restons dans camping Takha Takha, qui a une piscine! Nous y arrivons a midi, mangeons, installons la tente et allons nager. A 17h nous partons pour une excursion dans la Lagune Chaxa. La lagune se situe au milieu du salar de Atacama, un champs de sel. C’est un endroit préfére par des flamingo’s. Nous y restons jusqu’au coucher du soleil.

6 janvier 2017

La journée commence tôt, très tôt! C’est ainsi si tu veux aller admirer le champs de geysers de El Tatio. 

Nous sommes debout à 5h et sautons dans la voiture pour une route d’une bonne 1,5h qui monte jusqu’à 4300m. Trouver le chemin n’est pas difficile, il fait juste suivre les minibus pour les touristes qui montant tous à cette heure-ci.

Une fois arrivé, nous voyons en éffet de la fumée partout. Des trous dans la terre, de la fumée échappe, l’eau bouille dans la terre et de temps en temps l’eau qui se jette pour 3m de hauteur. C’est un phénomène très spéciale. Quand le soleil apparaît, C’est encore plus beau.

Nous faisons la rencontre avec une couple Belge de Bruges. Ils ont déjà beaucoup voyagé, aussi avec leurs 4 enfants. Pendant que nous papotons, un renard nous croise à son aise.

Nous allons nous baigner dans les thermes de El Tatio (mmmm, l’eau est bien chaude!) avant de redescendre à San Pedro de Atacama. En route nous arrêtons à Machuca et mangeons une brochette de la viande de lama. Mmmmm, c’est bon!

Et voila notre voyage en Chili et Argentine. Nous partons pour la Bolivie demain!

Vos reporteurs, un melange de Jan & Barbara,