Peninsula Valdés

Het walvissen paradijs – van 18 tot 22 oktober 2016

We verbleven in een camping in Puerto Piramides.
De eerste dag zijn we een boottrip gaan doen.
Tijdens de boottrip, hebben we twee walvissen gezien van heel dicht bij. Papa, Arthur en ik konden hem aanraken maar dat hebben we niet gedaan.
De Franse gids op de boot heeft ons veel geleerd.
De mama walvissen gaan naar daar (die grote “golfo” aan het schiereiland) voor de geboortes van de baby’tjes. Ze zijn daar veiliger omdat er daar geen orca’s zijn die op hun jagen (hun prooi).
De baby’s drinken 130 liter per dag en groeien 2 tot 3 cm per dag.
De mama’s wegen 6 ton en de baby’s wegen 4 ton.
In die golfo’s zijn er geen papa’s. Het zijn alleen maar mama’s en baby’s.
De mama’s zorgen altijd voor de baby’tjes.

De tweede dag hebben we rond het eiland gereden.
De volgende ochtend, hebben we onze tent afgebroken aan de camping en zijn we naar Playa Pardelas gereden en daar onze tent op gezet. En we gingen voor een dag wild kamperen. Leuk! Onze vrienden uit Libramont en uit Duitsland waren er ook.

Helaas moeten we Valdés achterlaten. Maar er is nog veel te zien op andere plaatsen!

Rianne

(Dit is een oefening voor de Nederlandse les, Nina. 😘)

Advertenties

RP2 – waar een wil is, is een weg?!

Mardi 18 octobre – Las Grutas – Valdes

Après quelques jours à Las Grutas – pause de pluie – nous reprennons la route vers Peninsula Valdez. Nous décidons de prendre le RP2, la route provenciale qui fait la route de la côte. La route RP1 de El Condor a Las Grutas était une très chouette exemple qu’on a fait il y a plusieurs jours.
Il a bien plu, donc les routes sont bien sales. Un plaisir pour Jan avec son Def, et les enfants biensûr exités sur le banc d’arrière… la voiture est tout de suite super sale.

Mais bon. On suit la route qui devient de plus en plus en mauvais état. Mais le GPS nous raconte que nous sommes toujours sur la bonne route. Un certain moment… la route s’arrête?! C’est à dire, selon le GPS c’est tout droit, mais tout droit est… la plage? On descend de la voiture et nous faisons une prospection à pied. Des traces des autres voitures nous mènent quelques kms sur la plage. On hésite parce que la mer s’approche, mais nous prenons quand-même la décision de faire le trajet en voiture. Après quelques kilomètres, nous sommes juste au point de faire demi tour, quand Jan voit la contination de la route dans les dunes! Yes! Nous avons retrouvé le chemin. Le GPS le approuve. Voilà, back on track! A partir de maintenant, tout se passera mieux… on pense. Flacs après flacs se continuent, mais mes 4 passagers s’amusent! La voiture plus marron que gris, on mange lentement des kilomètres. A 20 km par heure, ca n’avance pas vraiment aujourd’hui. Tout d’un coup, le GPS nous dirige vers la droite, mais la clôture (d’une ferme?) nous empèche de prendre la route. Le chemin continue heureusement à gauche. Off track, mais on s’en fou. Nous allons vers le sud et c’est la direction pour arriver à notre destination. Je commence à en avoir marre, trop de 4×4 et plein d’incertitudes avec la route qui reste tout le temps tout près à coté de la mer sauvage. Au moment que la route change finalement vers le ouest je peux me détendre un peu et donc on s’arrête pour le picnic. Mais après le picnic ca ne va pas mieux. Les routes tournent en tout les senses, heureusement il y a moins de flacs boués. Nous arrivons a plusieurs clôtures, donc choississons la route en fonction de la disponibilité. Le moment que le seule chemin à suivre est clôturé par une porte, on prend la décision d’ouvrir les portes. Ah… tout d’à coups on se retrouve sur la RP2. Oléolé, back on track!

img_5430Nous passons sans scrupules “het erf”d’une ferme – ah oui, nous sommes sur la route provenciale! – et le GPS fait le reste…. jusqu’au point ou aussi cette route-ci s’arrête soudain. De weg is weg! Pas de moyens de continuer. On réfléchis et pense au fermier qui doit quand-même faire ses cours dans la ville. Donc on retourne vers la ferme et trouve un autre chemin. Okay, la route va vers l’ ouest, on va arriver à la grande route! On estime de devoir faire 20 kms. On passe plusieurs barrières qui sont ouvert par Lucas & Arthur, maîtres-ouvre-portes.

Oups… tout d’un coup on arrive a une porte fermée juste devant un endroit avec 2 maisons, quelques vaches et 2 hommes à l’extérieur. Je descend de la voiture pour demander comment se diriger vers le monde vivant. “Pas moyen”, disent les hommes. “D’où venez vous parce que c’est terrein privé ici”. J’essaie d’expliquer que nous voulons suivre le RP2, mais que nous nous sommes perdus. Ils ne
sont pas convainqus et me disent que je dois revenir d’où je viens. Ah non, pas possible, il est déjà 16h et nous sommes déjà en route depuis 10h. C’est seulement au moment que je parle de mes 3 enfants qu’ils deviennent un peu plus gentils. Ils nous donner la permission de passer leur terrain, mais on doit attendre à la grande porte, vue qu’à partir de là nous nous trouverons sur le terrain des voisins. Nous attendons à cette porte, mais les bonhommes n’arrivent pas. Tant pis, nous continuons quand-même. Après plusieurs kms nous voyons finalement la grande route RP5 qui mène vers Valdez. Youpie! A 17h nous sommes 40kms plus loin de notre lieu de départ. Encore 320 à faire…

Bizzz à vous,
Barbara

Dinsdag 18 oktober. Las Grutas – Valdes

We vertrekken ’s morgens uit Las Grutas en besluiten het kustweggetje (RP2) tot Puerto Lobos te nemen. Enkele dagen geleden namen we een gelijkaardige baan en dat was een fijne weg om ons te verplaatsen van punt A nr B. Het heeft goed geregend de voorbije dagen, dus de wegen zijn echte 4×4 weggetjes geworden. Jan is in zijn nopjes door de plassen en de kinderen die hem aanmoedigen op de achterbank. In no time is de auto zo smerig als iets, maar goed, het zij zo!
De weg kronkelt door de pampa’s naast de kust. Af en toe een goeie plas, maar daarom rijden we met een Defender….
p1010857Plots eindigt de weg op het strand. Huh? Klopt dat? Even terugkeren, de omgeving afspeuren, maar er is geen andere baan en de GPS laat ons weten dat we nog juist zitten. We laten de Def even staan en gaan te voet op ontdekking. Is het doenbaar om hier over het strand te rijden? Waar herneemt de weg zich? We twijfelen hard, want het is eb, en het tij is aan het keren… Uiteindelijk nemen we de beslissing toch het strand op te rijden, maar zo dicht mogelijk tegen de duinen. We moeten langs een grote cliff rijden, we staan onder spanning. Na enkele kilometers op het strand, bedenken we toch dat dit niet meer klopt en we best terugdraaien. Maar net dan ziet Jan de weg weer starten in de duinen. De GPS bevestigt dat dit de RP2 is. YES, back on track! De weg kronkelt verder langs de zee. Allemaal heel mooi, maar het is vermoeiend rijden want de weg is in erg slechte staat. Ikzelf blijf onder spanning staan. Hoe verder wegrijden van ons startpunt, hoe onzekerder de staat van de weg wordt, maar terugkeren vinden we ook geen optie meer. Ik krijg mooi genoeg van deze weg die heel de tijd vlak naast de woeste zee rijdt en waarvan we ondertussen weten hoe onbetrouwbaar ze is. Maar zolang we naar het Zuiden rijden en de GPS aangeeft dat we op de juiste route zijn, is er geen reden om aan te nemen dat we niet juist bezig zijn.

We picknicken op de plaats waar de weg eindelijk wat afbuigt naar het westen en ik dus een beetje rustig word vanbinnen.
Vanaf hier zal alles beter gaan!
Maar niets is minder waar.
We komen aan de poort van een estancia (boerderij). De RP2 zou hier rechtdoor gaan volgens ons navigatiesysteem, maar de weg -die naar de estancia leidt- is afgesloten met een hangslot?! Er vertrekt gelukkig een ander weggetje zonder afsluitingen. Dit leidt nog steeds naar het Zuiden, dus we besluiten dat maar te volgen. Meer er meer komen we poorten tegen en dus kiezen we onze route op basis van beschikbaarheid en windrichting. Als ook dat niet meer lukt, moeten we de poorten wel openen om op de weg te blijven. Tot plots… de weg volledig stopt. Gedaan. Finito.
In de verte weer een estancia. Waar er leven is, is er hoop om hier uit dit doolhof weg te geraken!!
We keren een eindje terug en vinden een verdoken weggetje. Al lang niet meer gebruikt, maar dat verbaast ons niets meer. Hey, plots zitten we terug op de RP2, volgens de GPS. Joepie! Vanaf hier komt het zeker weer goed!
We rijden over het erf van een verbaasde boer, maar hebben er geen erg in. We zitten gewoon op de officiële weg. We doorkruisen landschappen waar we meerdere dieren laten opschrikken met het geronk van onze motor. Koeien, schapen, guanaco’s, mara’s,… En dan plots… een afsluiting en de weg is alweer weg. Aaaargh!
Een kleine denkoefening later, keren we terug richting de boerderij. Die boer moet toch ook af en toe naar de stad voor wat mondvoorraad? We rijden de andere richting uit en alles gaat goed. Volgens onze schatting is het een 20 à 30 km weg die ons tot
op de hoofdbaan moet brengen. Poortjes open, poortjes toe en gaan!p1010875
Stop!!! Een grote poort vlak voor een klein gehuchtje. ’t Is te zeggen, 2 huisjes, een paar koeien en schapen errond en gelukkig 2 mannen die buiten staan te kletsen. Ik stap erop af en probeer uit te leggen dat we volledig verloren zijn en naar de hoofdbaan willen. Ze zijn allerminst vriendelijk. “Vanwaar komt u?”, “U bent op privéterrein” en “ga maar terug waar je vandaan komt!” Ik probeer met hand en tand uit te leggen dat dat echt geen optie is en vraag hen of we echt niet over hun terrein naar de bewoonde wereld mogen rijden. Nog tegengepruttel, want om op de hoofdbaan te geraken, moeten we nog kms lang over terrein van de buren rijden. Ik word hopeloos, het is al 16u en die mannen willen ons laten terugrijden over deze vreselijke weg?! Maar op het moment dat ik over “3 niños” spreek, worden ze iets inschikkelijker. Argentijnen zijn erg kindvriendelijk. We mogen door maar moeten aan de poort waar hun grond overgaat in die van de buren wachten op hen om ons over het terrein van de buren te begeleiden. Maar na een hele tijd wachten, merken we dat de mannen helemaal niet tot daar komen, dus besluiten we zelf maar over het terrein te rijden. En inderdaad, zoveel kms later EINDELIJK op de RP 5. Het is 17u, nog 320 km te gaan…

xxx, Barbara

 

Antenna story

Voordat we naar Zuid Amerika vertrokken heb ik thuis nog snel de dag voor vertrek van de auto een nieuwe antenne geïnstalleerd. De vorige had slecht ontvangst, en om 15.000 km enkel naar het geronk van de 5 cilinder te luisteren, of Clouseau…dat was geen optie. Toch wel een serieus werkje omdat het hele ‘dashboard’ er uit moest om de antenne kabel door de opening in de bulk head te krijgen. Met behulp van Arthur was dit werkje snel gefixed. En we hadden zelf maar een vijs over na montage. Niet slecht!

De antenne is af schroefbaar, dus voor het zeetransport hebben we ze gedemonteerd. Tijdens het op laden in de haven van de verschillende koffers ben ik op het draadeindje gaan staan dat door de front wing steekt. Onder al dat lomp gewicht was deze geplooid. Op de camping heb ik het recht proberen de wringen met als resultaat dat het afbrak.

Geen antenne meer, dus er moest dringend een oplossing gevonden worden!

Na stoppen bij enkele vriendelijke metaalbewerkers die ons doorstuurde naar iemand die koper kan ‘lassen’ hadden we een vriendelijke man die ons verder hielp. Hij had een atelier vol met ijzer, oude machines, alleen dat was al de moeite om te stoppen. Lassen was geen oplossing omdat de plastiek isolatie van de kabel zou smelten. Onze vriendelijke man heeft dan de diameter van het stompje verkleind met een vijl zodat we er draad op konden tappen met een draadsnijkussen. Na de montage in de wing en het vastzetten van de antenne hadden we terug radio!! Geweldig! We mochten zelf niks betalen.

 

Before the Defender had to go into the container, I did install a new fancy antenna for the radio. An antenna which you could unscrew from his lower part, great when you go off road and will battle some branches and trees. Getting the cable into the cabin through the bulkhead and attached to the radio did not went very smooth. We had to dismantle a good part of the dashboard from the defender before we could get this antenna connected to the radio. I’m not sure why the bulkhead penetrations are all sealed and watertight when the remaining of the car is like a sponge. After mounting  all the pieces again together we only had one bold left over, not bad!

The antenna successfully tested during the trip from Beauvechain to Antwerp, after the trip I did unscrew it and safely stored to upper part in the trunk of the car. Image the antenna would break during the transport!

When I was installing the different boxes on the roofrack  in Buenos Aires port I manage to step on the lower part of the antenna which is  sticking out of the Portside wing of the car. I  climb on the roofrack via the engine bay and front spare wheel and being in the hurry  I was, I bent the antenna part fixed to the front wing!!!! On the camping side I did brake it completely trying to get it in shape again..job well done….I wasn’t looking forward to the few CD’s we took with us, or the sound of the TD5 making me sleepy during long drives. A solutions had to be found soon.

After a stop at a welding job I got an address of a friendly man who could help me and join the two copper part together again. Since the mantle of the cable was of plastic, and we feared it would melt, he opted for another better solution: the diameter of the remaining part was reduced by a file after we made some threat on it allowing the upper part to screw on it again. With a minimum of material and good mechanical skills this man fixed the problem.

After some playing around and putting it all together again the radio was working fine!!  We wanted to pay him for his time and work done, but he denied. Payment or not, a special post on the blog is the minimum we can do for him.

img_5315

img_5318

Colonie des Européens

Sorry voor het lange wachten op onze volgende blogpost, maar we hebben de laatste dagen erg weinig toegang gehad tot internet. Patagonië is geen Buenos Aires. Als beloning meteen meerdere posts tegelijkertijd, want we hebben offline onze voorbereidingen gedaan.

Villa Ventana – Lago Parque – El Condor, 9 – 14 oktober 2016

Sinds ons verblijf in Tandil zijn we stilaan afgezakt naar de kust.
Onze eerste stop was Villa Ventana in de Siërra. Jan had via het Land Rover forum van Zuid-Amerika “kennis gemaakt” met Santiago die ons wou ontvangen in zijn dorp. Villa Ventana is erg geliefd bij de Argentijnen owv de Siërra. De siërra is een kleine bergketen in het midden van de Pampas. Het is een welkome afwisseling in de wijdse saaie landschappen tussen BA en Patagonië. We komen er toe tijdens een lang weekend en het is er pokkedruk. Santiago werkt in de toeristische sector en heeft het erg druk met al de toeristen dit weekend 4×4 tochten aan te bieden door de siërra. Met een Defender natuurlijk. We gaan dus verschillende keren op zoek naar hem. We spreken zijn moeder en zijn vrouw, maar hemzelf zien lukt ons niet. We verblijven op een mooie natuurcamping iets buiten het dorp. Het zonnetje schijnt en we zetten onze tent op tussen de jonge Argentijnen die hier hun weekend al kamperend doorbrengen. We koken, beleven een rustige avond en gaan goed op tijd naar bed. ’s Avonds komt de wind op en ’s nachts waaien we bijna uit onze tent. Morgenvroeg zal die wel weer gaan liggen, denken we. Maar niets is minder waar. Maandag is het koud en de wind blijft ongelooflijk sterk gaan. We planden een wandeling in de voormiddag en winkelen in de namiddag, maar draaien ons schema om in de hoop ’s namiddags beter weer te hebben.
Tegen dat we ons goed hebben aangekleed om dan toch de wind te trotseren voor de wandeling en we ons naar het startpunt van een tocht door de siërra begeven, start het met regenen. We willen niet opgeven en vertrekken toch, maar krijgen een “no go” van de parkwachter. “Peligroso con este tiempo” krijgen we te horen. Flauw, denken we. Maar als we ’s anderendaags de wandeling toch doen, begrijpen we waarom. De wandeling is louter klimmen op grote rotsen tot aan een mooie mini waterval (in vergelijking met iguazu!) die heel glad zijn bij nat weer. Met regen en wind had dat inderdaad reuzegevaarlijk geweest.
Uit miserie kruipen we rest van de namiddag in onze tent. Gelukkig is er schoolwerk om ons te entertainen :-).
’s Avonds krijgen we te horen van de kampeigenaars dat ze naar hun huis in het dorp vluchten, want we zijn nog de enige kampeerders op het terrein. We bedisselen dat we binnen mogen koken en eten in een gebouwtje van de camping. Dat hielp alvast tegen de gierende wind! Tijdens het eten kijken we meermaals angstig naar onze tent die zich dapper weert in dit weer en bedenken dat we vannacht toch liever onze matrassen binnen leggen en van dit gebouwtje onze slaapplaats maken. Net op dat moment komt Santiago toe met zijn vrouw, kinderen en schoonmoeder voor een babbeltje. We zijn helaas
door onze voorraad drank heen en kunnen hen dus geen drankje aanbieden. De vrouwen spreken enkel Spaans en dus probeer in met hen een moeizaam beleefdheidsbabbeltje te doen. Jan en Santiago ratelen in het Engels over… u raadt het al… Defenders.
Na ons bezoek besluiten we in het donker alsnog onze plannen uit te voeren. Alle hens aan dek, iedereen helpt met het leeghalen van de tent en ons te installeren in het gebouw. Met gierende wind leggen we onze tipi plat en krijgen ze warempel opgevouwen.
Als we daags nadien wakker worden, is het weer warm en kalm. Wind? Welke wind?

We kramen op en rijden door naar een volgende tussenstop. Nu is het vooral kilometers maken op weg naar Peninsula Valdez. We houden halt in Lago Parque de Salada aan een mooi meer waar we helemaal alleen op de camping staan. Voor de Argentijnen is het momenteel geen vakantieseizoen. Ah nee, in België ook niet zeker?! 😄
Diego, moest je ooit naar Argentinië komen, breng dan zeker je Kite mee! 😉

Onze volgende stop is Balneario El Condor, een klein kustplaatsje aan de monding van de Rio Negro en de Atlantische oceaan. Dit plaatsje is bekend owv een cliff waar een grote kolonie Lori’s (soort papegaaien) woont in de ontelbare holen in de rots.
Bij aankomst in het dorp besluiten we de verschillende campings af te rijden en de beste eruit te kiezen. Zodra we aankomen bij onze eerste keuze, zien we een mooie unimogcamper staan. Jan twijfelt geen seconde en draait onze Def de camping op. “Het zijn zelfs Belgen”, roep ik als ik de nummerplaat zie. Een vreemd gevoel van euforie bij het zien van andere Belgen aan de andere kant van de wereld?! We stappen uit en worden meteen aangesproken door een Vlaamse vrouw, Martine. Maar Martine hoort niet bij die campervan… Martine en Nico komen uit Gent en reizen 2 maanden door Argentinië met een gehuurde camper. De Unimog hoort toe aan een gezin uit Libramont, weet Martine ons te vertellen, maar ze zijn even gaan wandelen.
Onze plannen om alle campings uit het dorp af te gaan, worden meteen opgeborgen. We blijven lekker hier.
Er staat ook een Duitse familie waar we ook meteen mee aan de klap gaan. Zij zijn sinds 2 maanden onderweg voor een trip van een jaar door Zuid-Amerika met hun 2 kindjes, Raphael (6j) en Gloria (3j).
p1010815Zodra de Belgen terugkomen van hun wandeling wordt er ook met hen kennis gemaakt. Francoise, Dominique, Pauline (9j) en Louis (8j) maken een trip van 2 jaar door dit continent en hebben 4 jaar aan hun camper gebouwd. Af en toe loopt er wat “kwijl” uit Jan zijn mond bij het aanschouwen van hun campervan. 😉
Het duurt een hele tijd eer we ons campement opgezet krijgen, zo druk hebben we het met kennis maken, babbelen, verhalen uitwisselen,…
p1010819De kinderen vinden elkaar en verbroederen meteen, allen door het dolle heen met hun nieuwe vriendjes. Met Raphael is het iets moeilijker communiceren, omdat er geen gemeenschappelijke taal is. Maar om met autootjes straten in het zand te maken of tikkertje te spelen, is er niet veel taal nodig.
We verblijven 2 nachten in El Condor met onze nieuwe vrienden. ’s Avonds wordt er samen ‘geaperitiefd’ of gepinteliert na het eten. Overdag maken we een wandeling naar de papegaaienrots met 5 ipv 3 kinderen, we gaan boodschappen doen terwijl de kinderen bij de anderen op de camping blijven. Het is echt reuzefijn.
Deze ochtend nemen we toch afscheid van iedereen en trekken verder. “Tot over een paar dagen, in Valdez!”

We nemen de Ruta 1, een klein weggetje dat helemaal langs de kust tot in San Antonio del Este gaat. De weg start met een mooi betonneke, maar wordt al snel typische Argentijnse weg: zand en kiezel met af en toe fameuze ‘ripio’ (boebbels in de weg die je wagen uiteen doen daveren).

We stoppen in Punta Bermuja waar we mits een kleine vergoeding het viewpoint op mogen om een strand met duizenden zeeleeuwen en zeehonden te kunnen bewonderen. Met onze verrekijker in de aanslag, bekijken we de beestjes die er liggen te rusten, spelen of zwemmen in de zee. Je kan hier soms ook walvissen zien, maar hoewel we de zee meermaals afspeuren, zien we er geen enkele.
We doen nog een fijne babbel met een plaatselijke leerkracht biologie die vandaag prospectie komt doen en morgen met zijn leerlingen naar hier afzakt.
Terug de auto in en verder op weg. Het is al half 2 dus de maagjes knorren. Bij een plekje met de naam “Bajadi de Echandi” houden we halt voor een picnic with a view. En wat een view. Plots zie ik iets bewegen in het water. Walvissen!!! Arthur snelt naar de auto om de verrekijkers te halen en we aanschouwen de meesterlijke dieren en genieten!!! Tijdens onze hele picnic blijven ze ongeveer rond dezelfde plaats zwemmen. Onze eerste walvissen waren alvast een magisch moment!

Mes chers amis francophones, je ne vous oublie pas, mais un peu de patience! ☺️

 

Calandria Chica

Tandil – 8&9 octobre 2016

When reading about Argentina, you cannot get around the wonderful estancias (huge farms) that can be found all over the country. When driving the ‘autovia’ you pass many of them, almost without noticing them as they are hidden into the Pampas.

We had all the luck to be invited to one of this amazing farms. In the plane from Madrid to Buenos Aires, Jan sat next to a very nice man, Mike (Miguel). They started talking about our trip, about Argentina as a country, about family and children and about their dreams.
Mike explained that he is living in BA with his family, but during the weekends they escape the city to have some rest in the Estancia of his parents near Tandil. They have a cheese factory up there that they would like to develop.
When arriving in BA, we met Mike’s wife, Mariana who flew the same trip but with another company/plane. “Thanks to” a strike of the luggage employees we had some more time to get to know eachother. By the time we left the airport we had exchanged contact details and kept in contact via whatsapp.
Earlier this week, Mike contacted us by inviting us to the estancia as they would spend the weekend over there. We did not hesitate a second. We were glad to meet up with this nice couple again and ofcourse we were very curious about the farm.

Saturday afternoon we arrived in this magic place. We left the autovia, drove through the gate of “Calandria Chica” and 2 km later of sandy road we arrived in Paradise. What a beautiful place! A very nice garden surrounded the pink house. It’s springtime, so all plants are fresh green. We were welcomed by Victor (the gardener), Mirta (the house keeper), Mike, Mariana, Mariane (Mike’s mother), Julietta, Rodrigo (2 of the 3 children of Mike and Mariana) and the 2 dogs.
As soon as we arrived, we were offered a nice home-made cheese out of their own factory, produced by the milk of their own cows,… What a super welcoming present!
We made a walk in the beautiful garden, got to see the cheese factory with kind explanations for the kids and were taken to the dairy, the place were the 1000 cows are milked twice a day. Unluckely they just finished the job of milking them.
We headed back to the house and had some teatime with the most wonderful coockies and cake ever, thanks to Mirta.
Our hosts offered us a place to stay the night and so after some more talking and a good supper, we all went to sleep.

We slept on roses and had some breakfast together. After packing up our stuff and haven taken some pictures of this great souvenir, our road continued, to Villa Ventana. But before leaving, we were right in time to see the milking of the cows at the dairy.

Mike, Mariana, Mariane, Rodrigo and Julietta, thank you sooooo much for all your kindness. And for the home made Dulce de Leche!
Welcome in our mini estancia (without cows and cheese factory) in Belgium one day!

Barbara

——–

Comment faire du fromage?

On a été visiter des amis argentins (qu’on a rencontré sur l’avion). Eux, ils ont une petite usine où ils fabriquent du fromage. Nous sommes allés la voir.
1. Ils récoltent du lait des vaches. (chaque vache donne entre les 20 à 40 litres par fois qu’elles se font laiter.)
2. Tout le lait recolté va dans une sorte de super grand bolle de 1000 litres. Le lait se pasteurise et devient tout épais et moilleux. Si ils désirent de faire un fromage avec un goût, ils ajoutent des enzymes et des émulgateurs. Ensuite ils le coupent avec une sorte de couteau géante qui en fait pleins de petits blocs.
img_53463. Ils versent le fromage liquide dans un grand bac plat et rectangulaire. Quand le bac est rempli, il y a un produit qui flotte au dessus du lait (des proteïnes), qu’ils enlèvent et avec ca ils nourissent les cochons.
4. Le fromage liquide est mis dans un pot (en forme de bloc de fromage) avec un couvercle qui presse le fromage. Ils les empillent l’un sur l’autre dans un tuyau avec un poid dessus pour bien presser la matière. Après 1 heure être presser ils retournent les moulles pour une 2ième heure. Ensuite, les fromages sont mis dans un géant frigo pour 3 semaines pour que ca devient du vrai fromage!
5. Quand le fromage est assez dur, on le peint d’une couleure spécifique. Chaque sorte de fromage différent a une couleur différente. En première place, ca sert à protèger le fromage contre le sèchement
6. Tous est prêt? Super, on peut les emmener au magasin. Et les manger! Mmmm

Rianne

Comment fabriquer du lait avec  1000  vaches?
Les fermes ici sont environ 2000 hectares (= 2000 terrain de foot!).
Les vaches se font pousser par un cheval assisté de son cowboy et trois chiens. Elles se poussent pour être la première à laiter.

On les pousse pourqu’ il y 14 vaches dans une file. D’abords les pis sont désinfecté et puis on mets des ” aspirateur de lait” sur les pis. La machine retire le lait des vaches. Quand les premières (deux,trois) ont fini, on fait entrer la deuxième file.
Les monsieurs “laiteurs” travaillent 4h00 sans s’arrêter. Le lait est directement transporté dans énorme réfrigérateur de 20.000 liters.
Ce procesus se fait 2 fois par 24h. Dans cette ferme, 2 x 17.000 litres de lait est retiré chaque jour. Imagine-toi une table de 34.000 bouteilles de lait… C’est énorme!

Arthur


Chocomousse in Chascomús

Dinsdag 5 oktober 2016. Na een spannende autosaga rijden we uiteindelijk Buenos Aires buiten. Natuurlijk is het net spitsuur en dus doorkruisen we de stad van Noord naar Zuid over de superdrukke Avenido de 9 de Julio om het extra spannend te maken. De toeter werkt, de remmen ook, een Defender is onbreekbaar!

Barbara test onze nieuwe navigatie apparatuur en de omgeving test Barbara haar navigatie skills. Beide doen het goed en na anderhalf uur staan we op een mooie camping in Punta Lara vlak aan het water in een wat speciale omgeving. We kregen het advies van de vriendelijke eigenaars om vooral niet naar rechts de weg op te gaan. Aan de linkerkant van de camping was wel veilig. Ondanks onze roestige camper skills zetten we de tent snel op en zijn we ruim voor het donker klaar met ons campement. We vieren onze vrijheid in een plaatselijke pizzeria (links op de weg tov de camping) met donker bier en pizza met VEEEL kaas. Na drie pizza’s met ons vijven ‘Jaak te hebben gemaakt’ rollen we in onze slaapzak. Dat we de witte tent net onder een lamp hadden gezet is maar een klein beginnersfoutje. Zo besparen we weer op de batterijen van onze zaklamp. Onder de begeleiding van een ‘klep-klep, klep-klep, klep-klep’ kikker (?)vallen we in een diepe slaap.

Na een goede nachtrust pakken we in en rijden naar onze volgend stop en camping in Chascomús. De naam van dit stadje werkt tot de verbeelding. Chascomús > chocomousse. We hebben geluk, in de plaatselijke supermercado verkopen ze chocomousse! Of toch iets dat er op lijkt, dus we hebben al meteen een dessertje voor de avond. Het weer is helaas niet zo zoet, het is vooral koud. Hoewel we 2 nachten planden in deze mooie camping, kramen we na 1 nacht op met het plan om elders een Airbnb of dergelijke te boeken om ons op te warmen en ons eens goed te wassen. We stinken alle 5 uren in de wind!

Onze neus leidt ons naar Pinamar aan de Atlantische kust. De weg is lang en recht, dwars door de laagvlakten, enkel afgewisseld door gigantische kuddes koeien, een (verlaten) trein spoor zonder signalisatie en een estantia (grote boerderij) omringd door bomen.

Op deze wegen (of autostrades?) mag je meestal 110 kilometer per uur rijden, onafhankelijk of het enkel of dubbel baanvak is. Ideaal voor de Defender! Cruise control op 110, blik op oneindig en verstand op nul! Laat die ezeltjes in het vooronder maar rustig draven tegen 1900 toertjes. Onze gestroomlijnde baksteen komt er wel! We worden wel door iedereen voorbij gestoken….. Het is wel rustig rijden zo, maar ik zou toch iets meer afwisseling wensen.

We komen zonder dat we het weten in een nogal mondaine badplaats terecht. Het lijkt hier een beetje op Keerbergen. Mooie villa’s in een beboste omgeving, met de dikste auto’s voor de deur die we tot nu toe zagen in Argentinië. De wegen zijn een echte speeltuin voor de Rolls Roys onder de 4×4’s: wegen met los zand…

In ons piepkleine huisje, hebben we even met vuur gespeeld. Toen ik het gasvuur aanstak was er een ‘klein’ steekvlammetje dat Barb haar hart even deed stilstaan, of was het overslaan? We kregen de gas ook niet meer uit. We zijn dan maar buiten gaan staan, want een gaskraan om dicht te draaien vonden we ook niet. Een uur hebben we buiten staan wachten op hulp. De klusjesman die uiteindelijk op onze vraag de boel kwam repareren heeft de hoofdkraan dichtgedraaid in de technische ruimte en ons een ander onderkomen gegeven. We hebben schijnbaar weer gelukkig gehad!

Op vrijdag is het rotweer. Koud en regen, maar wij zitten warm en droog. Vandaag is het de uitgelezen schoolwerkdag. Tegen 16u30 lijkt het wat opgeklaard en gaan we te voet naar de Supermercado die 4 km verder ligt. Maar onderweg komen de wolken opzetten en grote donkere wolken dreigen… Gelukkig komt de meeste regen eruit als we in de winkel wat voorraad inslaan. Op weg terug naar ons huisje besluiten we langs het strand te wandelen. Desondanks de dreigende lucht, blijven we droog. En vooral, we zien de mooiste regenboog ooit die zich over de Atlantische Oceaan uitstrekt. Wat zijn we toch geluksvogels!

img_5326

Mardi 5 octobre 2016. Finalement on quitte Buenos Aires. Evidemment en plein heure de traffic. Nous traversons l’Avenido de 9 de Julio du Nord au Sud du ville, ca nous fait tester le claxon et les freins a fond, mais un Defender est incontournable!

Les systems de navigations sont testés par Barbara et l’environnemet teste les qualités de navigation de Barbara. Ca match, donc une heure et demie plus tard, nous arrivons a Punta Lara, un petit village un peu bizarre avec de la Police partout. Est-ceci l’Argentine en dehors de Buenos Aires? Camping Bahia est le seule camping dans le coin mais est quand-meme vide. Il est ouvert, le terrain est bien clôturé et la dame du camping est hypersympa donc on tente notre chance. Nous restons la nuit et dormons super bien, toujours super contents d’avoir deliber notre voiture.

Le lendemain nous rangeons la tente et on se dirige vers Chascomús. Une ville dont seulement le nom attire. On le retient en pensant du ‘chocomousse’. On avait prevu de rester ici pour 2 nuits et de ranger tout nos affairs, mais le temps n’est pas super, le soir il fait fort froid. Apres une nuit dans le froid – et d’avoir deguster un bon chocomousse – nous decidons d’aller chercher une petite maison par Airbnb pour se chauffer et se laver en chaleur. Ahhh, la grande luxe!

Nous suivons le nez du Def qui nous dirige vers Pinamar, une ville à la côte Atlantique. Les routes vers Pinamar sont longues et droites. Les vues sont les mêmes pour des dizaines, centaines de kilometres. Des vaches, un chemin de fer sans signalization et des beaux fermes entourées par des arbres nous accompagnent sur la route.

La vitesse sur cette (auto)route est limitée a 110 kilometres/heure. Une vitesse de pointe idéale pour notre brique aerodynamique. Cruise control sur 110, et les 200 chevaux pensionés font le reste….quand-méme, nous sommes passés par chaque voiture!

Notre chalet à Pinamar se trouve dans un endroit mondaine. Carilo (partis de la ville) est un peu comme Keerbergen en Belgique. Des villas bien chiques dans une zone boissée avec des grosses bagnoles devant les portes. Les chemins par contre sont fait par du sable, un vrai plaine de jeux pour mon Defender! Nous sommes contents d’arrives dans le chaud, mais notre petit chalet nous offre encore une surprise. En ouvrant le feu gaz pour pouvoir cuisines, une flamme sort et me met presque ‘à poile’… Le coeur de Barbara s’arrête, mais recommence heureusement à battre… Vue que nous pouvons plus éteindre le gaz, nous nous échappons de la maison et essayons de trouver de l’aide. Après quelques temps, nous sommes en contact avec ‘le bricoleur du parc’ qui vient nous aider par fermer la valve principale du gaz. Il nous offre heureusement de changer de chalet et donc après une heure on se retrouve finalement dans le chaud.

imageLe temps toujours mauvais, nous restons le lendemain a l’interieur et on s’occupe des devoirs de l’école. Fin d’après-midi nous marchons au magasin et faisons une bonne promenade – bien pour les cerveaux excédés ☺️. En marchant, le ciel au dessus de nous se couvre des nuages foncés, mais nous restons secs pendant tout le tour. En retournant à la maison par la plage nous sommes bien gatés par la nature: un enorme arc-en-ciel se dispose en dessus l’oceane. Quelle scène inoubliable!

Iguazú!

Auto nog altijd niet beschikbaar, issues slepen aan. Dus tweede poging om Iguazú te bezoeken per vliegtuig. Deze keer loopt de reservatie vlekkeloos en dus zitten wij zaterdagmiddag met z’n 5 op de vlieger om een afstand van 1300 km naar het noorden af te leggen, naar het drielandenpunt Argentinië, Brazilië, Paraguay.

Iguazú is bekend owv zijn enorme watervallen. Heel de streek leeft uitsluitend van toerisme. Zowel de Argentijnen als de Brazilianen hebben hun eigen National Parc waarin ze toeristen alle facetten van de watervallen willen laten zien.
Zondagochtend om 8u staan we paraat voor vertrek naar het Argentijnse “Parque National Iguazú”. We beginnen meteen met een wandeling langs één van de vele mooie trails midden in de natuur (jungle). We starten met het aanschouwen van een eerste waterval(letje, bleek later), een tweede,… tot we als maar luider het geruis en gedonder van water horen. Plots verschijnt er een waaier aan watervallen in alle vormen en maten, een wondermooie setting. We zijn erg vroeg waardoor de paden nog niet overbevolkt zijn en je nog het gevoel hebt een echt privilege te mogen beleven. Het zonnetje schijnt, het is lekker warm, vogeltjes vliegen boven de watervallenpartij, het zicht is adembenemend. Het is echt genieten van top tot teen! We wandelen de ‘upper trail’, de ‘lower trail’, wandelen tot beneden aan het water, steken de baai over per boot naar het eilandje vanwaar je nog dichter bij de watervallen komt. We maken gebruik van alle mogelijkheden die we krijgen om dit natuurwonder te aanschouwen. We genieten van panoramische zichten op afstand, bestuderen de watervallen langs boven, vanonder en alle afstanden daartussen, en we worden nat van de watermist bij het bewonderen van deze denderende watermassa vlakbij.

image
’s Middags picknicken we ergens op een paadje en blijkt dat we halt hebben gehouden bij de ‘woning’ van een varaan.
’s Namiddags nemen we nog de trein naar de grootste waterval, genaamd ‘la garganta del Diablo’ oftewel ‘Devils Throat’. Het is een watervallencomplex in de vorm van een cirkel en er vloeit meer dan 62 miljoen liter water per seconde over de rand naar beneden. Helaas is de walkway naar dit prachtig stuk natuur overvol, net als het viewpoint. Het is wringen voor een mooi plekje. Na de hele dag in het park rond te kuieren is het tijd om naar huis te gaan. Morgen opnieuw, maar dan via de Braziliaanse zijde.

Vannacht heeft het veel geregend! Terwijl het gisteren een mooie zonnige warme dag was, is het vandaag helemaal anders. Het is bewolkt, koud en af en toe miezert het. Vervelend, want voor vandaag plannen we een boottocht tot onder de watervallen. We steken de grens over naar Brazilië (gaat redelijk vlot) en komen daar aan de andere kant van de Rio Iguazú terecht die de grens vormt tussen beide landen. We merken meteen dat het hier helemaal anders is dan aan de Argentijnse kant. Dat we hier een mooi overzicht zou krijgen van de muur van watervallen, hadden we al gelezen. Omdat we dat ‘overcrowded’ gevoel van gisteren wat wilden vermijden, zorgen we dat we weer bij opening van het park ter plaatse zijn. Helaas is het hier nogal op z’n Amerikaans georganiseerd. Je moet in een bus stappen, wordt dan naar een stop verder gevoerd en dus kom je in grote groep aan aan de start van de korte trail. Je loopt elkaar heel de tijd voor de voeten en moet zelfs in rijtjes wachten om foto’s te kunnen nemen op de begeerde plaatsen. Het zicht is mooi, maar het ‘wauw’-gevoel van gisteren is er vandaag wel een beetje af.
We zouden geen Hermanskes zijn als we in dit voorgeprepareerde-iedereen-in-hetzelfde-rijtje-gedoe, geen ontsnappingspoging deden van de platgetreden paden. Het is nochtans allemaal erg onschuldig begonnen. We willen naar een plaatsje gaan met een klimmuur, zoals aangeduid op het plan. De weg blijkt echter geblokkeerd, maar een beetje verder lijkt er toch een padje de juiste richting uit te gaan. We besluiten dat weggetje te nemen en komen in een stuk park terecht met gebouwen die duidelijk al een tijdje niet meer worden gebruikt. Vanuit dat stuk vertrekt er nog een trail door de jungle, die vol blaren ligt en waar af en toe een boom over ligt. Het avontuur trekt aan en dus lopen we het pad helemaal af. We komen op een open plateau uit die duidelijk ook buiten gebruik is momenteel. Wel de perfecte plaats om onze picknick op te eten zonder het risico te lopen aangevallen te worden door de ‘coatis’ (wasbeertjes) die maar al te goed weten op welke plaatsen ze eten van de toeristen kunnen gaan afsnoepen.
Na onze sneaky lunch te hebben genuttigd, besluiten we terug te keren naar de platgetreden paden. Als we boven aankomen, botsen we recht op een parkwachter. Oeps! “De kinderen moesten dringend pipi doen”, was ons leugentje om bestwil. Hij slikt het…


Onze laatste stop is de boottocht. Het is nog steeds fris en nat, maar we gaan er toch voor.
Ingepakt in plastieken regenfrakskes en met een zwemvest rond onze nek worden we in een speedboot geleid van 2x200PK (info voor de mannen 😉) waarmee we de sterke stroming trotseren. We varen tot aan een 2-tal watervallen waar we lekker onder gedoucht worden. De regencape werkt, want na 20 min komen we zo goed als droog terug uit de boot. “Supercool!”, roepen de kinderen in koor. “Gaan we nog ‘ns?”

Morgenvroeg terug naar BA, weer wat strijden om onze wagen en hopelijk (ijdele hoop?) morgen BA buitenrijden per Defender?! Fingers crossed.

Barbara

image

Nous n’avons pas encore la Defender, donc on démarre à Iguazú en avion. Iguazú se trouve dans le nord d’Argentine, sur la frontière avec le Brazil et le Paraguay. Dans cette jungle se trouve un des plus beaux groupes de cascades du monde.
On peut les visiter dans les deux parc nationaux du Brazil et d’Argentine.
Dimanche matin nous sommes tôt à l’entrée du Parc National, côté Argentine. Nous commencons un des plusieurs promenades qui nous permettent d’admirer cette merveille de nature. Les sentiers nous emmenent vers le haut des 10-aines de cascades en toutes formes, largeurs et forces, mais les sentiers passent également à l’hauteur différent de tout les cascades possibles. Vu qu’on était parti tôt le matin, nous avons le ‘privilège’ (ou en tout cas, nous avons se sentiment 😊) de marcher presque seul sur les chemins et de profiter à fond des vues spectaculaires. Oui, nous sommes bien gâter!
Nous traversons la rivière pour nous promener sur une petite île qui nous permet de voir les cascades de très près et de…. devenir bien mouillé. Il fait beau, il fait chaud, ca fait du bien de se trouver la tout près d’une cascade énorme.
Nous prenons le picknick sur cette île parce qu’il n’y a pas de ‘coatis’ (ratons laveur) ici qui sont partout présents pour piquer la nourriture des touristes. Apparemment nous nous sommes installés à côté du nid d’un lézard. Il n’est pas dangereux ni intéressé à notre nourriture. Ouf.

L’après midi on se dirige vers ‘la gargante del diablo’ ou bien ‘la gueule du diable’. Ceci est une cascade énorme en circle et il flux 62 million de litres d’eaux par seconde. La force est spectaculaire. Malheureusement les sentiers sont débordés et il faut se battre pour avoir une vue sur ce magnifique spectacle.

Après un jour dans ce parc, d’avoir marcher et escalader des dixaines de kilomètres, d’avoir vu des dixaines de cascades en toute beauté, nous retournons vers notre airbnb, cuisinons et nageons (jouons) dans la petite piscine de la maison.
Demain nous allons visiter le côté Brézilien.

Nous partons tôt pour être au parc national côté Brazil à l’heure d’ouverture. Nous devons d’abord passer la frontière Argentine-Brazil mais ca se passe facilement. Etant tôt dans le parc, nous esperons de passer les premieres heures en tranquillité (rélative), mais l’organisation dans ce parc est organisée à l’américaine. Pas de promenades dans des sentiers chacun à son rythme, mais tout le monde est mis dans un bus qui roule d’arrêt à arrêt. On se débarque avec 50 autres touristes pour une petite promenade au ‘viewpoint Brazil’. D’ici nous avons un apercu sur la totale des cascades. Malheureusement le temps est mauvais (gris, froid, même un peu de pluie de temps), dommage parce qu’on planifie une promenade en bateau en desous des cascades.

On se laisse pas faire et monte dans ce bateau, armé avec des imperméables en plastique on passe une aventure inoubliable. On fonce dans la Rio Iguazú avec un speedboat de 2x200pk (info pour les hommes 😉) et on se fait doucher en dessous de 2 cascades. Comme des vrais poules mouillées on sort du bateau, mais en dessous nos plastiques, nous sommes rester secs!

Ah oui, nous serions pas des Hermans si on ne chercherions pas l’aventure. C’était quand-même imprévu. La carte du parc indique un mur d’escalade et les enfants ont envie de grimper. Le premier sentier vers ce site était bloqué, mais le deuxième était (moitié) accesible. On continue la route pour arriver dans un coin qui est clairement plus utilisé depuis un temps. Mais le sentier de dans le jungle part de là. L’aventure nous attire donc nous le suivrons. Découvert de feuilles mortes et parfois d’un arbre, nous suivrons le sentier jusq’au bout. Le sentier s’arrête à un autre coin dans le parc abondonné. L’endroit idéale pour notre picknick.
On prend un autre chemin pour arriver de nouveau sur la route principale. Pas de chance, au momemt même qu’on sort de la route fermée, un gardien de parc

Après un deuxième jour dans un environnement splendide, nous retournons à Buenos Aires pour aller chercher la voiture. Demain, nous serons finalement en route. Espérons!!

Hasta luego!

Barbara

Venise en Amerique du sud

Mercredi 29/9/2016

On est parti à midi, et on a marché jusqu’au train. Puis on a pris un autre train d’une heure.  On a acheté du pain, puis on a cherché un bateau pour aller sur l’île. On ne dirait pas une ile mais c’était  une île. Ensuite on a fait un tour de l île, Bonanza. On a traversé un grand marais sur des morceaux de bois. Puis on est aller se promener sur une dique. On retombait sur la maison mais la dique continuait alors  on l’a suivi. Après un petit temps on s’est un peu inquiet  pour que on ne rattera pas le dernier bateau, on a commence à courir mais le chemin etait trop boueu et ca devenait pas mieux. Alors on a pris un chemin bloquer par une barrière en bois. On a grimpé au dessus, puis on a couru plus vite mais il y avait plein de gros arbres – c’etait les obstacles – après des bambous,  puis les ronses et après quelques temps on a trouvé un jardin avec un quai. Ma maman restait sur le quai pour arrêter le bateau. Papa, Lucas, Rianne et moi ont cherhé le bon quai (le quai de la maison ou on était invite). Puis, on voyait que c’était facil à atteindre le bon quai et donc Lucas est allé chercher maman. Grâce a notre vitesse, nous sommes arrivées juste à temps pour prendre le bateau, mais le bateau avait un retard de 20 minutes.

Arthur